Artikel Het Financieele Dagblad: Prinsjesdag en uw pensioen.

Het wordt toch anders!

Traditiegetrouw zit de ‘Troonrede’ vol met pensioenplannen. Ook deze keer weer. Ik zet ze voor u op een rij. Werknemers van 61 en ouder krijgen een doorwerkbonus, deze loopt door tot 67 jaar. Te beginnen bij 5%, stijgend naar 10% op uw 64ste en dalend naar 1% op uw 68ste. Uiteraard beperkt tot de 2e schijf, dus maximaal circa € 4.500.Vervolgens krijgt u een bonus van 5% – er wordt al gesproken over meer dan deze magere 5% – als u uw pensioen pas laat ingaan vanaf 66 jaar. Ieder jaar uitstel levert 5% extra op (voor de hele AOW-periode). Daarnaast wordt toch ook de Bos’AOW-belasting geïntroduceerd voor 65-plussers die een aanvullend pensioen (werkgever-werknemer dus) van meer dan € 18.000 hebben, exclusief AOW. Dit wordt vormgegeven middels een extra belastingheffing in de tweede schijf. Deze loopt dan ongeveer parallel met de AOW-premie die je ook voor 65 jaar moet betalen. Ook veelverdieners – meer dan € 500.000 – worden zowel bij de ontslagvergoeding als bij een eindloonregeling extra belast. Maar dit wordt dan geheven, 15%, bij de werkgever.

Dan is er natuurlijk ook gewoon goed nieuws. Allereerst gaat de premiegrondslag (dus het meetellende inkomen) voor de lijfrenteaftrek terug naar het niveau van 2007, en wordt vanaf 2009 € 153.000 en een beetje. De fiscale ruimte voor IB-ondernemers wordt dus fors hoger. Omdat er steeds meer mensen daadwerkelijk pensioen- of lijfrente-uitkeringen gaan genieten, mag ook een lijfrentepolis(je) die op de ingangsdatum minder dan € 4.000 waard is, afgekocht worden zonder dat daar dan een ‘boete’ middels revisie-rente van 20% verschuldigd is. Vanaf 2009, ter vergelijk, mogen ook kleine pensioenuitkeringen van minder dan € 400 worden afgekocht. Uitvoerders hebben aangegeven dit op grote schaal te gaan doen, nu ze – naar schatting – circa 5 miljoen (!) van dit soort kleine pensioentjes hebben liggen. De administratiekosten zijn dan natuurlijk gigantisch. Overigens, als deze pensioenen betrekking hebben op premievrije rechten van voor 2007, moet u voor afkoop als werknemer er wel mee instemmen. Voor rechten van na 2007 mag de uitvoerder dit beslissen. Misschien is waardeoverdracht toch nog (snel) een optie.

Tot slot worden niet afgetrokken lijfrentepremies boven een bedrag van € 2.269 (dat heeft te maken met ooit f 5000 in 2001) aan niet -aftrekbare premies in Box I gezien als saldolijfrente. Dat wil zeggen dat de uitkeringen tot dit bedrag niet belast zijn, maar dus ook niet aftrekbaar geweest. Als u meer niet-aftrekbare lijfrentepremie betaalt dan wordt het meerdere wél te zijner tijd belast, terwijl de premie niet aftrekbaar is! Conclusie: geen niet-aftrekbare lijfrentepremies betalen! Dan maar een zuivere splitsing tussen Box I en Box III. Of – beter en eerlijker – nóóit lijfrentepremies betalen die in Box III vallen. Dat noemen we namelijk gewoon sparen, en dat hoeft natuurlijk niet in een lijfrentecontract.

Moet u nu wakker liggen van deze plannen? Nee, niet op korte termijn. Maar ziet u pensioen maar als een mammoettanker. Als deze ieder jaar 1۫ uit koers raakt, dan heeft dit op termijn wél effect. Daarnaast – maar dat is een beetje een ‘privé’-mening – denk ik dat u ook zult moeten wennen aan de noodzaak van een meer individuele pensioenstrategie.

Gezien de ontwikkelingen op de internationale markten zal dit zeker – en vrij snel, namelijk in 2009 al – effect hebben op de indexatie van pensioenen en zal de tendens naar verschuiving van collectief naar individueel én van werkgever naar meer werknemersverantwoordelijkheid voor wat betreft beleggingsresultaten snel verder gaan.
Ach, welkom in de nieuwe pensioenwereld zeg ik dan maar, die is namelijk toch echt leuker!

mr Theo Gommer is pensioenadvocaat. Tevens is hij partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg.

Reageer