Artikel Het Financieele Dagblad: Pensioen, verandering van baan en indexatie

De economie draait op volle toeren en u wordt benaderd voor een nieuwe baan. Het salaris is dik in orde, de auto van de zaak en overige secundaire arbeidsvoorwaarden ook. Maar, hoe zit het met de pensioenregeling ? Immers, u heeft al heel wat jaartjes pensioen opgebouwd en dat vertegenwoordigt toch een aardig bedrag. De andere vraag die bij u opkomt is: ‘moet ik mijn opgebouwde pensioen meenemen naar de uitvoerder van mijn nieuwe werkgever ?’

Met betrekking tot de vergelijking van de pensioenregelingen is het goed om beide regelingen zorgvuldig te beoordelen. Óf de nieuwe regeling is beter, prima dus. Óf de nieuwe regeling is minder goed en dit geeft u ruimte voor onderhandeling! Tenslotte is pensioen nu ook weer niet het allerbelangrijkste bij de keuze voor een nieuwe baan.

Vervolgens heeft u de keuze om het pensioen al dan niet over te dragen naar de uitvoerder van de pensioenregeling bij uw nieuwe werkgever. Dit kan u namelijk veel geld kosten óf veel opleveren.

Normaal gesproken zult u anno 2008 bij uw nieuwe werkgever een pensioentoezegging krijgen op basis van een middelloonregeling. Toch begin ik even met de situatie dat u van een middelloonregeling naar een eindloonregeling gaat. Indien u uw pensioen niet overdraagt, krijgt u geen extra (fictieve) dienstjaren in de pensioenregeling bij uw nieuwe werkgever. En dus geen extra pensioen over deze jaren bij salarisverhogingen (de zogenaamde backservice).

Vice versa, van eindloon naar middelloon, is dit verschil er niet, althans niet als het gaat om backservice over die extra dienstjaren. Immers, bij een middelloonregeling is er geen backservice over de voorliggende dienstjaren. Wat dan wel van belang is, is dat bij eindloonregelingen vaak geen indexatie wordt verstrekt over opgebouwde pensioenrechten nadat u uit dienst bent gegaan. Daarvoor heb je namelijk zolang je in dienst blijft de backservice. En indexatie van opgebouwde rechten is nu juist wél het kenmerk van middelloonregelingen.

Een voorbeeld. Veronderstel, u bent 45 jaar, u verdient € 100.000, en u hebt € 25.000 pensioen opgebouwd. Als u dit pensioen niet overdraagt en uw nieuwe pensioenregeling kent een indexering van 2,5% per jaar, dan ‘mist’ u op uw 65e een extra pensioen van ruim
€ 15.000. Dat vertegenwoordigt een waarde van ongeveer € 250.000, en dat is toch een serieus bedrag. Het lijkt vaak zo weinig, 2,5% per jaar, maar op langere termijn gaat het in pensioenland altijd om veel geld. In ieder geval genoeg om goed over na te denken bij verandering van baan.

Op basis van hetzelfde voorbeeld de ‘gemiste’ overdracht van middelloon naar eindloon. Als uw salaris ieder jaar met 5% zou stijgen, zou u dit maar liefst zo’n € 15.000 extra pensioen schelen als u het pensioen niet overdraagt en dus geen backservice krijgt over de ‘middelloonjaren’.

Een ander voorbeeld is de overgang van een middelloonregeling naar een beschikbare premieregeling (waarbij u zelf de beleggingen mag kiezen). Dan moet u vergelijken hoeveel uw oude uitvoerder gemiddeld jaarlijks indexeert en dat vergelijken met de pensioenuitkomst op basis van de beleggingsresultaten uit uw nieuwe beschikbare premieregeling. En die zijn natuurlijk afhankelijk van de door u gekozen beleggingen. Daarvoor moet u natuurlijk aannames doen, maar dat geldt ook voor de gemiddelde toekomstige indexatie.

Tenslotte de situatie dat u van een middelloonregeling naar een vergelijkbare middelloonregeling gaat. Eigenlijk hoeft u dan alleen te kijken naar het indexatiestreven van de uitvoerder en diens indexatiecapaciteit. Het indexatiestreven, dus het waarde- en/of welvaartsvast houden van uw pensioenaanspraken staat gewoon in de pensioenregeling beschreven. Vanaf medio 2008 zal de pensioenbranche op grond van de Pensioenwet zelfs met een indexatielabel komen. Aan de hand van een plaatje kunt u dan snel zien hoe ‘goed’ een uitvoerder is als het gaat om indexatie.

Minstens van net zo groot belang is natuurlijk de capaciteit om te indexeren. Een ‘rijk’ pensioenfonds zal ook in ‘slechte’ tijden kunnen blijven indexeren, terwijl een ‘arm’ pensioenfonds de indexering snel zal moeten laten varen en dit later ook niet kan inhalen. Behalve als er premieverhogingen worden doorgevoerd, maar ja, dat is natuurlijk dan een beetje een sigaar uit eigen doos. Voor de indexatiecapaciteit is ook de zogenaamde dekkingsgraad van belang. Die geeft aan in hoeverre een uitvoerder (met name pensioenfonds) voldoende middelen in huis heeft om aan zijn (geïndexeerde) pensioenverplichtingen te kunnen voldoen. Hoe hoger, des te beter. Kijkt u hier dus ook even goed naar.

Houdt u er tot slot rekening mee dat de indexatie (bijna) altijd voorwaardelijk is. Uw (nieuwe) werkgever zegt u dus niets definitiefs toe !

mr Theo Gommer MPLA is pensioenadvocaat. Tevens is hij partner bij Akkermans &

Reageer