Artikel Het Financieele Dagblad: Bancair pensioensparen, prima, maar let op!

Sinds 1 januari van dit jaar kunt u ook ‘pensioensparen’ bij een bank. Hiermee wordt niet bedoeld uw ‘echte’ pensioen, dus werkgever-werknemer, maar de privé-lijfrente en kapitaalverzekeringen. De reden dat bancair sparen mogelijk is gemaakt, is om meer concurrentie te krijgen tussen verzekeraars en banken. En dat is goed nieuws voor u.

Immers, als gevolg van deze concurrentie kunt u er vanuit gaat dat de kosten naar beneden gaan en de rendementen hoger worden. Ik geloof niet dat dit direct al effect sorteert, de pensioenmarkt is in dat kader soms een langzaam product, maar dat is een kwestie van testen.

Het meeste effect zal het hebben in de zogenaamde aankoopmarkt, die van expirerende lijfrentekapitalen. Er komt de komende jaren voor miljarden lijfrenterentegeld vrij dat aangewend moet of kan worden voor de aankoop van een daadwerkelijke lijfrenteuitkering.

U kunt, of eigenlijk moet, shoppen met dit geld. Wie biedt de hoogste uitkering? Wel moet u de ‘aanvullende’ voorwaarden goed vergelijken. Met name de overgang op uw partner bij overlijden. En worden geen uitkeringen per maand met per kwartaal vergeleken etc.?

Dan zijn er twee verschillen tussen banken en verzekeraars. Allereerst duurt een ‘levenslange’ uitkering bij een bank ‘maar’ 20 jaar, dus bij een ingangdatum op 65 jaar, duurt deze uitkring tot 85. Dit moet en staat zo in de wet. Omdat banken uiteraard geen ‘levens’verzekeraars zijn, kunnen ze alleen maar uw lijfrentegeld in een x-aantal jaren uitkeren. Ook kunt u kiezen voor een tijdelijke uitkering, deze moet minimaal 5 jaar duren en mag maximaal ruim € 20.000 per jaar bedragen. Let u er verder nog even op dat als u de uitkering voor uw 65-ste laat ingaan, de termijn van 20 jaar dan wordt verhoogd met de jaren voor 65?

Dan twee zeer belangrijke aandachtspunten. Allereerst de lijfrente voor uw nabestaanden. Als u bijvoorbeeld op uw 84-ste komt te overlijden, zit er nog maar 1 uitkering in de spaarpot, waar uw partner dus de rest van haar/zijn leven mee moet doen? Als u op uw 66-ste komt te overlijden is dit misschien geen probleem maar op uw 84-ste wel! Let u dus goed op uw nabestaanden! Een splitsing, de oudedagslijfrente bij een bank en de nabestaandenlijfrente bij een verzekeraar kan een goede oplossing zijn.

Dan nog het volgende. Als u uw lijfrentegeld onderbrengt bij een bank bent u uw oude fiscale lijfrenteregime voorgoed kwijt! U kunt de uitkering dan niet meer uitstellen tot bijvoorbeeld na uw 70-ste jaar, en ook de uitkeringen niet meer schenken aan uw (klein)kinderen. Als u deze vrijheid wilt behouden bent u dus gebonden aan een verzekeringsmaatschappij.

Een tip hierbij: alle lijfrentecontracten van voor 1992 (Brede Herwaardering I) kennen vele vrijheden, uitstel, afkoop en schenking aan anderen. Houdt u dit dus goed in de gaten.

Echte pensioenen en ook gouden handdruk-stamrechten mogen dus niet ondergebracht bij een bank……althans nog niet. Ik voorzie dit binnen 3 tot 5 jaar ook gebeuren!

De conclusie mag zijn dat concurrentie goed is. Wel dient u goed alle aspecten in de gaten te houden, niet alleen die van de hoogste uitkering, maar ook de positie van de nabestaanden en houdt u alle ‘oude’ lijfrente-regimes goed in de gaten. Moge de beste alsdan winnen!

mr Theo Gommer is pensioenadvocaat. Tevens is het partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg.

Reageer