Artikel Geld en Werk: Wie past op er mijn pensioengeld ?

API, PPI, Multi Opf of hoe het ook allemaal mag heten!

‘Jij weet nog wel eens wat Theo’, zei een vriend tegen mij. Hij bedoelde natuurlijk op pensioengebied. ‘Ach, ik doe m’n best’, zei ik bescheiden, ‘maar steek van wal’. ‘API, PPI, Multi Opf, allemaal termen die ik steeds in de krant lees, maar wat is dat nou allemaal? En vooral, wat gaat dat voor mij betekenen, zeker nu ik ook regelmatig in België werkzaam ben voor ons bedrijf ?’

Wel, allereerst een Ondernemingspensioenfonds (Opf). Dit is een pensioenfonds dat hoort bij het bedrijf of het concern (mits de bedrijven in dat concern met elkaar verbonden zijn) en dus ook alleen de pensioenregeling van werknemers van dat bedrijf of concern mag verzorgen. Philips, Shell en Unilever zijn de bekende voorbeelden.

Een multi Ondernemingspensioenfonds is nu juist een fonds dat wél voor meer bedrijven c.q. concerns mag werken. Op grond van de huidige wet kan dat eigenlijk nog niet, maar daar wordt nu over gesproken. De reden hiervoor is dat er veel kleine(re) pensioenfondsen zijn die steeds meer kosten moeten maken om het geld goed te beheren, om de interne organisatie goed te bemannen én om de kosten van toezicht (dat ‘gelukkig’ steeds strenger wordt) te betalen. Als ze dat nu allemaal samen doen, kunnen ze kosten delen en blijft er meer pensioengeld over.

Dan een API. Dit staat voor een Algemene Pensioen Instelling. Dit is met name bedoeld voor internationale bedrijven. Die hebben ook werknemers in het buitenland. Alle pensioenen van bijvoorbeeld Philips kunnen dan in heel Europa in een grote API ondergebracht worden. Ook dat is wel zo makkelijk voor Philips, overzichtelijk en bespaart dus kosten.

De PPI vervolgens is een Premie Pensioen Instelling en mag alleen zogenaamde beschikbare premierelingen (of ook wel premieovereenkomsten of defined contribution) beheren en uitvoeren. In Nederland krijgen we eerst wettelijk de mogelijkheid van een PPI en dan pas later een API.

Als je dat allemaal combineert zou je dus een internationaal werkende pensioeninstelling (zeg maar pensionfonds) krijgen. Voor mijn vriend, die dus soms in Nederland werkt en dan weer een tijd in België zou dat natuurlijk heel makkelijk zijn. Dan heeft hij – zonder waardeoverdracht – zijn pensioen bij een pensioenuitvoerder. Aan de andere kant blijft tegenwoordig eigenlijk geen enkele werknemer nog z’n hele werkzame leven bij een werkgever, of werkzaam in dezelfde branche.

Ik zet ze nog even op een rij:
-bedrijfstakpensioenfonds: verplicht voor een hele bedrijfstak, zoals bijvoorbeeld de bouw, de metaal, ambtenaren;
-beroepspensioenfonds: verplicht voor beoefenaren van een bepaald beroep, bijvoorbeeld fysiotherapeuten, medisch specialisten, verloskundigen, notarissen;
-ondernemingspensioenfonds: vrijwillige keus van de werkgever, Philips, Shell;
-multi ondernemingspensioenfonds: pensioenfonds voor meer bedrijven die ‘niets’ met elkaar te maken hoeven te hebben;
-Algemene Pensioen Instelling (API): internationaal werkend, soort pensioenfonds/verzekeraar, werkt voor meer bedrijven, bestaat wettelijk nog niet;
-Premie Pensioen Instelling (PPI) :idem, alleen voor beschikbare premierelingen, bestaat ook niet nog;
-verzekeraar: mag voor iedereen werken, in binnen- en buitenland.

Er zal in dat kader de komende jaren nog veel moeten veranderen om dat allemaal goed te ordenen.Dat is dus nog niet zo heel makkelijk. Los van het feit nog dat de wet aangepast moet worden.

Dat pensioenuitvoerders actief bezig zijn om in de ‘nieuwe’ (internationale) pensioenwereld ook pensioenen tegen zo laag mogelijke kosten te kunnen uitvoeren is goed. Of dit betekent dat er misschien meer marktwerking zal komen of dat het speelveld tussen (commerciële) verzekeraars en (niet commerciële) pensioenfondsen/instellingen anders komt te liggen ? Ik denk van wel. Dat zal echter nog wel een jaar of 5 tot 10 duren, voordat het écht anders wordt. Tot die tijd is het goed dat ieder pensioenfonds en iedere werkgever scherp blijft letten op de ontwikkelingen én vooral op de kosten van het uitvoeren van zijn pensioenregeling. Tenslotte wil niemand kosten, want die gaan ten koste van het pensioen.

mr Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten.

Reageer