Artikel Geld en Werk: Pensioenleeftijd aangepast

Nu het pensioenakkoord tussen de sociale partners uitblijft moet Minister Kamp wel de lead nemen. De kans dát er nog een pensioenakkoord komt lijkt minimaal, zeker nu de werknemers nog meer zekerheid eisen, terwijl meer risico bij hen juist de basis van het ‘zogenaamde’ akkoord van 5 juni 2010 was. We moeten het nog maar even afwachten.

Om er toch vaart in te houden heeft Minster Kamp alvast een wetsvoorstel ingediend. Dit bestaat uit 4 onderdelen. Allereerst wordt per 2020 de AOW-leeftijd verhoogd naar 66 jaar. Verdere verhoging komt er echt wel, maar binnen het huidige regeerakkoord is daar geen ruimte voor. Hij heeft op geopperd om naar 69 jaar in 2040 te streven. De verhoging naar 66 jaar treft dus alle Nederlanders die op of na 1 januari 1955 zijn geboren. Dit is niet echt eerlijk maar goed. Ten tweede wordt de pensioenleeftijd voor het werkgeverspensioen per 2013 al aangepast, ook naar 66 jaar. Dat betekent dat alle werknemers vanaf 2013 alleen nog pensioenrechten opbouwen, uit te keren vanaf 66 jaar. De opgebouwde rechten die pensioen uitkeren vanaf 65 jaar blijven staan. Iemand die precies halverwege zijn pensioenopbouw is, kan dan feitelijk op 65,5 met pensioen. Van belang is om te weten dat pensioen altijd vervroegd mag ingaan, dus ook nog steeds gewoon op 65 jaar of 64 jaar etc. Wel moet de werkgever dit toestaan en krijgt u uiteraard wat minder, ongeveer 8% per jaar dat u eerder met pensioen gaat. Vervolgens wordt het opbouwpercentage aangepast. Nu is dat nog maximaal 2% per jaar, zodat u na 35 jaar pensioenopbouw theoretisch op de norm van 70% van uw laatste salaris zou kunnen uitkomen. Dit gaat nu terug naar 1,75% zodat u feitelijk 40 jaar moet werken en pensioen opbouwen om op die 70% uit te komen. Voor middelloonregelingen- en de meeste werknemers hebben die – gaat het maximale opbouwpercentage van 2,25% terug naar 2%. Overigens, de gemiddelde Nederlander komt uit op 45 à 50% van zijn laatst verdiende inkomen. Dat de norm in theorie 70% is, zegt dus niet zoveel. Tot slot worden ook de fiscale percentages voor aftrekbare lijfrente-premies teruggebracht van 17% nu naar 14,5% en voor de (fiscale) oudedagsreserve – voor ondernemers – van 12% naar 10%. Vergelijkbare beperkingen dus over de gehele linie voor de opbouw van pensioen.

Aanvullend merk ik nog op dat in het regeerakkoord ook is aangegeven dat spaarloonregelingen en levensloopregelingen samengevoegd worden tot een vitaliteitsregeling. Het geld dat in deze nieuwe vitaliteitsregeling wordt gespaard kan niet meer worden omgezet in pensioen om zodoende eerder met pensioen te gaan. Als u dus nog gelden hebt die u wilt bestemmen voor vroegpensioen dan is het een optie om dat nu om te zetten in een (bancaire) lijfrente of in extra pensioen. Overigens, hoe het fiscaal ook is, u kunt altijd gewoon stoppen met werken en leven van uw vermogen!

mr Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen.

Reageer