Artikel Geld en Werk: Pensioenakkoord!

Na veel overleg is er dan toch een PensioenAkkoord. Hoe ziet dat er nu precies uit?

De AOW
De AOW-leeftijd wordt per 2020 op 66 jaar gezet en per 2025 op 67 jaar. Dit laatste wordt in 2015 beslist. Iedereen die na 1-1-1955 is geboren krijgt dus pas vanaf zijn of haar 66e AOW. Wel mag de AOW vanaf 65 jaar ingaan, maar dan is de uitkering 6,5% lager. Verder wordt de AOW verhoogd met 0,6% per jaar vanaf nu.
Twee andere AOW-zaken zijn ook nog van belang. Vanaf 2012 krijgt iedereen pas AOW vanaf de dag dat iemand 65 (of later 66) wordt en niet meer vanaf de 1e van de maand waarin iemand 65 wordt. Ook wordt vanaf 2015 de partnertoeslag geschrapt als u een jongere partner hebt die nog geen 65 jaar is.

Het werkgeverspensioen
Hiervoor gaat de pensioenleeftijd al in 2013 naar 66 jaar en in 2015 naar 67 jaar. Dat betekent dat u minder pensioen gaat opbouwen in de toekomst. Of uw opgebouwde pensioen wel op 65 jaar blijft staan is nog de vraag. Daar blijft het PensioenAkkoord onduidelijk over. Dat moet ook nog juridisch worden uitgezocht.

Om toch op 65 te kunnen stoppen met werken mag zowel levensloopgeld als de nieuwe vitaliteitsregeling gebruikt worden om eerder met pensioen te gaat. Dat is leuk, maar realiseert u zich wel dat u daar zelf voor moet sparen. Eigenlijk dus een beetje een sigaar uit eigen doos. Dat geldt ook voor de doorwerkbonus die u krijgt als u na uw 61-ste door blijft werken. Deze wordt primair gefinancierd doordat andere bonussen en (ouderen)kortingen worden afgeschaft.

Dan de twee eigenlijk belangrijkste punten.
De sociale partners hebben afgesproken dat werkgevers niet meer premie hoeven te betalen in de toekomst dan dat ze nu doen. Als dan de levensverwachting toeneemt en/of de beleggingsresultaten vallen tegen, dan zal dat betekenen dat de pensioenuitkeringen niet meer aangepast kunnen worden aan de inflatie en als het nog meer tegenzit zelfs verlaagd worden!
Vervolgens krijgen pensioenfondsen meer ruimte om rekening te houden met toekomstige beleggingsopbrengsten. Dat is prima als het goed gaat. Als het dan tegenvalt zijn met name de jongere werknemers de dupe.

Al met al een matig PensioenAkkoord. Als we ouder worden – en dat is toch goed nieuws – moeten we langer werken. Die kogel is door de kerk, maar de randvoorwaarden zijn niet goed. In de tekst van het PensioenAkkoord staat dat u kunt – en ik lees dus een beetje moet – kiezen voor individuele invulling van uw pensioen.
Ik adviseer u dus om de ontwikkelingen goed te blijven volgen, de hoogte van uw (opgebouwde) pensioen te weten, zie hiervoor www.mijnpensioenoverzicht.nl, en bij twijfel toch zelf maar te gaan sparen. Als u tenminste eerder wilt stoppen met werken. Beter is misschien om flexibel met uw pensioen om te gaan. Misschien wat eerder met deeltijdpensioen en wat langer – dus ook na 66/67 jaar – parttime door te blijven werken. Iedereen moet en mag zelf keuzes maken. Die individuele verantwoordelijkheid krijgt u ook uit het PensioenAkkoord opgelegd!

mr Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen.

Reageer