Artikel Geld en Werk: Pensioen en echtscheiding

Het aantal echtscheidingen neemt nog steeds toe. Nu de economie weer aantrekt, blijkt dat ‘uitgestelde’ echtscheidingen toch doorgezet worden. Ook neemt de vergrijzing toe.
Ex-partners die zelf richting de 65 gaan, vragen zich af hoe het nu zit met hun pensioenrechten. In haar onderzoek naar de pensioenverwachtingen van Nederlanders viel de Autoriteit Financiële Markten, de AFM, dit ook op. Veel Nederlanders die gescheiden zijn, hadden geen idee hoe het nu zat met de pensioenrechten. Goed om de zaken eens op een rij te zetten.

De hoofdregel is dat bij alle echtscheidingen van na 1 mei 1995 het ouderdomspensioen wordt gedeeld. Beide partners krijgen de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen. De ex-partner krijgt bovendien het gehele nabestaandenpensioen.

Een voorbeeld. Toine en Ineke zijn in 1990 getrouwd.
Toine heeft een pensioen opgebouwd vanaf 1986 van € 12.000,- ouderdomspensioen en
€ 8.400,- nabestaandenpensioen. Ze gaan in 2010 scheiden.
Het opgebouwde pensioen tijdens het huwelijk bedraagt 20/24 x € 12.000,- = € 10.000,-
Ineke krijgt vanaf het moment dat Toine 65 jaar wordt de helft van zijn ouderdomspensioen ter grootte van € 5.000,-.
Als Toine komt te overlijden krijgt zij € 8.400,- zolang zij leeft.
Als Ineke komt te overlijden ‘krijgt’ Toine haar deel weer terug en ontvangt vanaf dat moment weer zijn volledige ouderdomspensioen van € 12.000,-.

Van de standaard verdeling kan worden afgeweken. Dit kan bij huwelijkse voorwaarden of bij het maken van het echtscheidingsconvenant. Let goed op: huwelijkse voorwaarden van voor
1 mei 1995 tellen niet!

Als binnen 2 jaar na de echtscheiding aan het pensioenfonds of de verzekeraar wordt gevraagd door Ineke om het pensioen rechtstreeks aan haar uit te keren dan gebeurt dat. Als ze dat niet doet, moet Toine haar iedere maand haar deel uitbetalen. Uiteraard is het pensioen bij Ineke belast.

Bij echtscheidingen voor 1995 geldt de Hoge Raad uitspraak inzake Boon/Van Loon uit 1981. Toen werd de waarde van het hele pensioen verdeeld. Gebruikelijk was toen, uitgaande van hetzelfde voorbeeld dat Ineke € 4.500,- ouderdomspensioen krijgt en het volledige nabestaandenpensioen. Vaak zijn er echter afwijkende afspraken gemaakt. Die behoren allemaal goed omschreven in het echtscheidingsconvenant te staan.

Echtscheidingen van voor 1981 tot slot geven recht op 25% van het ouderdomspensioen, mits het huwelijk minimaal 18 jaar heeft geduurd.

De wet VPS uit 1995 was dus een verbetering voor de ex-partners (veelal vrouwen).
Uiteraard moeten beide partners ‘over en weer’ verdelen. In dit voorbeeld is de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwd pensioen van Ineke voor Toine!
De ‘standaard’ procedure is dat het pensioen wordt verdeeld. Een andere mogelijk is conversie. In het voorbeeld van Toine en Ineke betekent dat Ineke een eigen recht krijgt op ouderdomspensioen van € 7.200,- en Toine een pensioen overhoudt van € 5.650,-.
Het voordeel is dat de partners definitief van elkaar af zijn. Een nadeel is dat als bijvoorbeeld Ineke komt te overlijden Toine het deel van Ineke niet terugkrijgt. Conversie heeft dus voor- en nadelen.

Tot slot een laatste opmerking voor DGA’s, Directeuren-grootaandeelhouders. Zij hebben vaak pensioen in de eigen BV opgebouwd. Bij een echtscheiding heeft een ex er recht op dat haar deel buiten de BV wordt gebracht. Dit kan een forse aanslag op de liquiditeiten zijn. Houdt u daar dus goed rekening mee! Vaak is dit meer dan de helft van het pensioenvermogen dat op de balans van de BV staat.

Mr. Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen.

Reageer