Artikel Geld en Werk: Het Sociaal Akkoord over Pensioen

Hoewel het sociaal akkoord nog verder uitgewerkt moet worden, zijn de contouren bekend. En in ieder geval de intenties van de sociale partners.

Allereerst, en dat is natuurlijk het belangrijkste, gaat de pensioenleeftijd omhoog. In 2020 naar 66 jaar en, als de stijging van de levensverwachting doorzet, in 2025 naar 67 jaar.
Dat geldt zowel voor de AOW als voor het aanvullende werkgeverpensioen.

Voor de AOW gaat dat vrij ‘bruusk’, immers diegenen die op of na 1 januari 1955 zijn geboren hebben ‘pech’, zij ontvangen de AOW een jaar later. Een dag eerder geboren betekent een jaar eerder pensioen. Dat hebben we natuurlijk ook gezien bij de afschaffing van Vut en prepensioen een paar jaar geleden. Toen hadden diegenen die op of na 1 januari 1950 waren geboren, pech. Zij hebben nu dus geluk. Feitelijk hebben de 1955-plussers geluk als de AOW in 2025 naar 67 jaar gaat.

Veel belangrijker dan de AOW is natuurlijk het gevolg voor het werkgeverspensioen. Vanaf 2011 (dat zal wel 2012 worden schat ik in) gaat ook de opbouw gericht worden op de hogere pensioenleeftijd van 66 jaar. Opgebouwde rechten, met als pensioenleeftijd 65 jaar, zullen natuurlijk gewoon in stand blijven, hoewel het akkoord hier niet helemaal duidelijk over is. Wel is de opbouw in de toekomst minder ‘hard’. Als de pensioenleeftijd in 2025 naar 67 jaar gaat, geldt dat ook voor de opgebouwde rechten vanaf 2011, ook al was dat gericht op 66 jaar.

Vervolgens is van groot belang dat de sociale partners hebben gekozen voor een meer individueel en flexibel pensioen. Iedereen, dus niet alleen werknemers met een zwaar beroep of veel dienstjaren, mag het pensioen eerder laten ingaan. AOW mag nooit eerder ingaan dan 65 jaar, u krijgt dan wel 6,5% minder per jaar. Het aanvullende werkgeverpensioen mag op ieder gewenst moment ingaan. Uiteraard krijgt u ook dan minder. U kunt ‘het gat’ dat dan ontstaat echter opvullen door bijvoorbeeld (een deel van) het nabestaandenpensioen om te ruilen voor extra ouderdomspensioen.

Natuurlijk zijn er nog wel wat losse eindjes, maar goed, we hebben nog 10 jaar de tijd om die aan elkaar te knopen. Al met al een goede eerste stap naar een meer flexibel en individueel in te vullen pensioen. De keuzes die u moet maken zijn eigenlijk ook eenvoudig. Of u werkt wat langer door als dat nodig is (dat hoeft natuurlijk niet fulltime, dan kan prima parttime). Of u neemt genoegen met wat minder pensioen. Tot slot kunt u natuurlijk zelf bijsparen (al dan niet in de pensioenregeling), ook dat is een keus, nu wat minder te besteden, later wat meer. Nu de eerste stap naar een modern pensioensysteem is gezet, zullen er snel meerdere volgen. U krijgt daarin steeds meer eigen verantwoordelijkheid. Ik blijf u op de hoogte houden.

Mr. Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen.

Reageer