Artikel Geld en Werk: En, wat is het geworden?

De Eerste Kamer heeft op 8 oktober geoordeeld over de fiscaal toelaatbare pensioenopbouw vanaf 2015. Gaat de opbouw verder naar beneden van 2,15% per jaar, naar 1,75% of nog naar 1,85% was de vraag. Ten tijde van deze column was het nog niet duidelijk. Het leek erop dat Staatsecretaris Weekers met iets beters moest komen. Dat zou betekenen dat het opbouwpercentage naar 2% gaat. Zoals ik in mijn vorige column al schreef, maakt het eigenlijk niet zoveel uit. Als je minder pensioen opbouwt, dan houden zowel de werkgever als de werknemer meer winst/loon over en kunnen daarover beslissingen nemen. En juist daar ging de discussie eigenlijk echt over. Omdat de meeste pensioenfondsen – voor verzekeraars en premiepensioeninstellingen geldt dat niet, die zijn precies goed gefinancierd –krapjes bij kas zitten. Terecht of niet, maar nu dat zo is, moeten ze de pensioenpremies gewoon op peil houden. Omdat we ouder worden en omdat ze ‘vet op de botten’ moeten kweken. Dat heeft op zich niets met de keus te maken voor een lager opbouwpercentage. Ik blijf verder van mening dat gezien de hogere levensverwachting en dus langere tijd om pensioen op te bouwen, alsmede omdat de oude 70%-norm gebaseerd is op het kostwinnerschap, terwijl er nu veel tweeverdieners zijn, het opbouwpercentage gewoon naar 1,75% moet.

Een andere kwestie die onlangs speelde was de ‘Henk Krol’-affaire met pensioenpremies. Goed om daar nog even aandacht aan te besteden. Niet zozeer hoe hij zich heeft gedragen, maar hoe moet c.q. moest het. Alle pensioentoezeggingen moeten sinds 2000 direct worden betaald. Een achterstand in financiering mag dus niet meer. Als er tot 2007 geen pensioenpremie werd betaald, dan mocht de verzekeringsmaatschappij de werknemers niet informeren. Deze moest uiteraard wel de werkgever informeren, maar ja, als die niets tegen de werknemers vertelde, dan kwamen deze er niet achter. Totdat de tent failliet ging natuurlijk. Daarom is in 2007 de wet aangepast. Als er nu een achterstand is met de betaling van de pensioenpremies van langer dan 5 maanden, dan moet de verzekeringsmaatschappij de werknemers direct informeren. Als ze dat niet doet, dan is de verzekeringsmaatschappij dus aansprakelijk hiervoor. Zij kan dat dan natuurlijk wel op de werkgever verhalen, maar als die failliet is, dan houdt het daar op. Alle verzekeringsmaatschappijen hebben deze systematiek echt goed op orde is mijn ervaring. Dát wel zeg ik wel eens…. Als de verzekeringsmaatschappij nalaat de werknemers tijdig te informeren dan draait zij op voor de pensioenopbouw, die de werknemers dus wel krijgen, maar waarvoor zij geen premie heeft ontvangen. Eigen schuld dikke bult zeg maar.


Bij pensioenfondsen, zowel ondernemings- (dus Philips, Shell etc.) als bedrijfstakpensioenfondsen (dus de bouw, de metaal etc.) zijn de pensioenfondsen zelf aansprakelijk. Ook zij moeten de werkgever(s) achter de vodden aan zitten, maar als dat niet lukt dan houden de werknemers hun pensioenrechten. Feitelijk wordt het dan betaald door de anderen. Dat noemen we solidariteit. Tot slot is iedere overeenkomst tussen werkgever en werknemers om af te zien van pensioenrechten over het verleden, nietig. Dat betekent, die bestaat niet en is niet geldig, ook al heeft de werknemer willen en wetens getekend. Terecht. De meeste werknemers zullen zich namelijk onder druk gezet voelen om te tekenen. Het komt nog steeds regelmatig voor dat pensioenpremies niet worden afgedragen. Dat kan niet. Pensioen is uitgesteld loon van de werknemer, ook het deel dat de werkgever betaalt. Wat Krol heeft gedaan is dus gewoon niet goed te praten, hoe jammer het ook is voor 50Plus.

 

mr Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen.

Reageer