Artikel Geld en werk: De pensioenleeftijd

Iedereen heeft het erover. Wat gebeurt er met de AOW, gaat deze naar 67 jaar? En wat is het gevolg voor het werkgeverspensioen dat u krijgt? De stand van zaken tot nu toe.

De AOW gaat naar 67 jaar, daar kunt u vergif op innemen. Hoe precies is nog de vraag, maar dat de AOW-leeftijd de komende jaren naar 67 gaat lijkt definitief. Wel zullen mensen die voor 1955 zijn geboren er geen last van hebben. Leuk of niet leuk, het zal moeten. De minstens zo belangrijke vervolgvraag is of ook het aanvullende pensioen dat u van uw werkgever krijgt naar 67 gaat? Ja, zeggen de werkgevers. Want daardoor worden de pensioenlasten minder, en dat is hard nodig. Prima, is mijn reactie dan, maar zorgt u dan ook voor een beter arbeidsklimaat voor ouderen? Zo ja, dan ben ik voor. Want, als u wel in staat wordt gesteld om langer – ook al is het vanaf uw 62-ste parttime – te blijven werken maar dat niet wilt, dan is het natuurlijk uw eigen keus. In alle plannen moet flexibiliteit daarom bovenaan staan. Als iemand eerder wil stoppen en genoegen neemt met minder inkomen, dan moet dat natuurlijk kunnen. Ook de mogelijkheid om ‘voor eigen rekening’ bij te sparen om eerder te kunnen stoppen met het gewenste inkomen moet natuurlijk geen probleem zijn. Ik ben dan ook voorstander van een vaste AOW-leeftijd. Dat moet echt het moment zijn dat u niet meer hoeft en kunt werken. Wanneer u niet meer wilt werken staat daar eigenlijk los van.
Dat na 2020 de AOW-leeftijd verder omhoog moet richting 70 jaar staat voor mij ook vast als noodzakelijk kwaad. Als we dat nu meteen vastleggen, hebben we over 10 jaar niet weer een discussie. Hier is regeren dus vooruitzien. Om allerlei ingewikkelde overgangsregimes te voorkomen pleit ik in dat geval voor een eenmalige verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar, met een recht op eerdere ingang voor de doelgroep voor 1955 geboren.
Laten we dat vooral ook snel beslissen met een maximaal overgangsregime van 2 jaar. Dus vanaf 2012 staan de pensioenleeftijd op 67 jaar.
De ervaring leert namelijk dat bij een overgangsregime van 5 jaar er de eerste 3 jaar toch niets wordt gedaan, want ‘we hebben nog alle tijd’ hoor ik dan. Dat klopt inderdaad.

Al met al denk ik dat een hogere pensioenleeftijd er komt en ook wel nodig is. Dat wil niet zeggen dat het leuk is maar ja, zo is het leven soms! Ook ik wil best de mogelijkheid hebben om eerder te stoppen. Maar als dat niet gaat, dan gaat het niet. Dan zorg ik gewoon voor meer plezier in mijn werk. Meer aandacht voor wat ‘een oudere’ nog wel kan is daarbij wel nodig en goed. Dat geldt zowel vanuit de werkgever als ook vanuit uzelf lijkt mij. Meer individuele keuzes en flexibilisering van pensioen is wat mij betreft de haarlemmer (smeer)olie om dit goed te geleiden!

mr Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen.

Reageer