Artikel Geld en Werk: AOW-ontwikkelingen

Mede door het PensioenAkkoord wordt de AOW behoorlijk aangepast .Ik zet graag de ontwikkelingen voor de komende jaren op een rij. Een goede financiële planning begint immers bij de basis, de AOW. Op voorhand is het goed om het volgende nog te weten. Op dit moment ontvangt een gepensioneerde gemiddeld 1 euro AOW en 1 euro pensioen (per persoon zullen de verschillen uiteraard groot kunnen zijn). In 2020, als de AOW naar 66 jaar gaat, zal een gemiddelde gepensioneerde tegenover iedere euro AOW ongeveer 2,5 à 3 euro (werkgevers)pensioen krijgen.

Vanaf 1 april 2012 ontvangt u niet langer de AOW vanaf de 1e van de maand waarin u 65 jaar wordt, maar pas vanaf uw verjaardag. Dat kan dus een paar weken schelen. Vaak zult u overigens het werkgeverspensioen wél vanaf de 1e van de maand waarin u 65 jaar wordt ontvangen. Alle arbeidsovereenkomsten en CAO’s zullen op dit punt aangepast gaan worden.
Verder gaat de AOW – voor iedereen – vanaf 2013 extra omhoog met 0,6% per jaar. De bedoeling is dat dit tot 2028 doorgaat. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het de vraag is of volgende kabinetten dit zullen doorzetten. Daarnaast wordt de AOW regulier verhoogd met inflatiecorrectie.
Ondanks het feit dat de AOW in 2020 naar 66 jaar gaat, mag de AOW toch voor iedereen al eerder, op 65 jaar ingaan.
Ook mag tussen 65 en 66 jaar (en vanaf 2025 tussen 65 en 67), rekening worden gehouden met het feit dat u tot de officiële pensioendatum nog AOW-premies moet betalen. U mag dus dan een hogere AOW ontvangen zodat u netto hetzelfde overhoudt.
Tot slot mag de AOW ook parttime worden opgenomen, als u in deeltijd blijft werken na 65 of 66 jaar. Ook mag u de AOW gedeeltelijk uitstellen. Dat mag in ieder geval tot 70 jaar, maar waarschijnlijk wordt dat ook 71 en later zelfs 72 jaar.
Vervolgens vervalt vanaf 2015 de zogenaamde partnertoeslag. Als u een jongere partner heeft die nog geen eigen AOW krijgt, dan krijgt u diens deel er als het ware bij.
Deze toeslag vervalt echter alleen voor diegenen die vanaf 2015 65 jaar worden. Iedereen die een partnertoeslag heeft behoudt deze. Tot het moment dat de partner zelf AOW-gerechtigd is (na 2020 is dat dus 66 jaar). Stel u wordt in 2014 65 jaar en heeft een partner die 10 jaar jonger is, dan houdt u de toeslag tot 2024- als uw partner 66 jaar wordt en zelf AOW krijgt.
Wel wordt – ook voor diegenen die nu al een partnertoeslag krijgen – deze toeslag extra gekort als de partner eigen inkomsten heeft (uit werk of een uitkering, zoals WW of WIA). Dit zal maximaal zo’n 10% van de toeslag bedragen. De definitieve wetgeving hieromtrent moet nog afgemaakt worden.

U ziet, nu de vergrijzing echt op gang komt zijn er voldoende faciliteiten om pensioen, en ook de AOW, individueel in te vullen. Alle opties zijn er wel voornamelijk op gericht om te bewerkstellingen dat langer (in deeltijd) wordt doorgewerkt. Het zou werkgevers sieren daar ook gebruik van te maken en oudere werknemers (nog) meer op waarde te schatten! Deze werknemers moeten dan wel voldoende flexibel zijn en ook bereid zijn nieuwe dingen (aan) te leren. Als iedereen zich daarvoor inzet dan krijgen we een mooie toekomstige arbeidsmarkt!

mr Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen.

Reageer