Artikel FD Selections: Wet Versterking Bestuur Pensioenfondsen

Inleiding
Dat het bestuur, en ook het (intern) toezicht, bij pensioenfondsen versterkt moet worden, daar is iedereen het over eens. Prof. Schuit stelde eind vorig jaar bij een DNB-bijeenkomst van intern toezichthouders dat ‘goed niet goed genoeg is, het kan en moet altijd beter’. Het is immers het geld van ‘anderen’ wat door een fonds wordt beheerd. De vraag is alleen nog maar hoe ? Per saldo kan een pensioenfonds vergeleken worden met een ‘gewoon’ bedrijf, met aandeelhouders, een directie (dat kunnen ook aandeelhouders zijn) en een toezichtorgaan, met meer of minder bevoegdheden.

Huidig wetsvoorstel
In het huidige wetsvoorstel Versterking Bestuur Pensioenfondsen vallen drie zaken op. Allereerst het feit dat een one-tier board niet (meer) kan. Vervolgens dat het verantwoordingsorgaan verdwijnt en wordt vervangen door een belanghebbendenorgaan. En tot slot dat het paritaire bestuursmodel wordt vervangen door ‘minder paritair’ als een werkgever – dat ziet dan uiteraard met name op ondernemingspensioenfondsen – zijn bijdrage maximeert. Conclusie 1. kan dan zijn, nu alle werkgevers dat doen, dat het paritaire model bij Opf-en überhaupt einde oefening is….

Hoe moet het?
Er is mijns inziens maar een uitgangpunt en dat is dat het pensioengeld van de deelnemers is. Het belanghebbendenorgaan moet dus leading zijn. Dat dit wordt ‘ingevuld’ vanuit de deelnemers, voldoende representativiteit etc., dus inclusief gepensioneerden, maar ook met voldoende diversiteit, is primair de verantwoordelijkheid van de groep die het betreft. Dat de deelnemers die zitting hebben in het belanghebbendenorgaan voldoende deskundig moeten zijn ook. Over het niveau valt te discussiëren. Als onvoldoende ‘deskundige deelnemers voorhanden zijn, dan mogen ze worden gerepresenteerd door professionals. Deze worden dan natuurlijk gewoon betaald.

Bestuur
Op zich zou de one-tier board prima kunnen, als dat wordt gezien als de combi van het BO en het (uitvoerende) bestuur.. Niet als non en executive board(ers). Bij de kritiek van Lutjens op de one-tier board in het huidige model kan ik mij dus wel wat voorstellen.
Dat de bestuurders professionals zijn, ook al worden ze gerekruteerd uit werkgevers-/werknemerskringen mag ook logisch zijn. Als het ‘echte’ werk wordt geoutsourced naar uitvoeringsinstanties of anderszins, dan kan men (nog) wel parttime pensioenfondsbestuurders zijn. Mits men maar goed is opgeleid en van de echte hoed en de rand weet!

Intern Toezicht
Het interne toezicht kan ingevuld middels een Raad van Toezicht of een (jaarlijkse) Visitatie Commissie. Het gaat om de invulling én verantwoordelijkheden. Ook dit hoeft geen probleem te zijn. Een RvT benoemt/ontslaat de bestuurders en houdt toezicht, net als een Raad van Commissarissen. De RvT zelf wordt benoemd door het BO.
Een VC heeft geen (vergaande) bevoegdheden, maar het BO rekent het bestuur natuurlijk wél af op de conclusie van de VC. De VC zelf is uiteraard wél verantwoordelijk voor wat ze rapporteert! De ‘macht’ ligt dan gedeeld bij het BO en het bestuur.

Structuur NV of BV
Nu een bedrijfstakpensioenfonds een RvT moet hebben valt een Bpf het meest te vergelijken met een NV. Een ondernemingspensioenfonds mag kiezen voor een VC, en gedraagt zich daarmee als een BV. Dat is logisch, nu een Opf bij de keus tussen een NV of een BV, het meest op een BV lijkt.
Kiest een Opf voor een RvT – de grotere zullen dat zeker doen – dan gedraagt ze zich feitelijk als een Bpf en conformeert ze zich aan publieke verantwoording, terwijl dat eigenlijk – gelijk een BV – gezien het feit dat ze alleen de deelnemers van het ‘eigen bedrijf’ heeft, niet hoeft. Dat is dus gewoon een keus dus, niet meer en niet minder.

Aan de slag
Zo, nu de structuur staat, kunnen de wetgevingsjuristen aan de slag en de verdere definitieve invulling kleur geven.. Er zijn zeer zeker nog de nodige aandachtspunten en afwegingen – daar heb ik vast een goede kijk op en oplossingen indien nodig – maar dat volgt vanzelf. Ik oordeel dus zeker graag nog een keer mee!

Reageer