Artikel FD Selections: Waar gaat het pensioensysteem naar toe (deel 4)?

Alsof de duvel er mee speelt, na mijn constatering in deel 1 dát we en masse overgaan naar DC-regelingen, alvast 14 vragen. Om het Staats Klijsma makkelijk te maken, hierbij alvast de antwoorden (ik beantwoord ze niet allemaal letterlijk, maar op basis van deze column moet ze dat snel zelf kunnen – laten – verwoorden).

De eerste vraag is neem ik aan retorisch, of ze weet dat werkgevers vanuit onder andere kostenoverwegingen overstappen. Tja, wie wil nog bijbetalen bij o.a. waardeoverdracht? Ik ken ze niet (want de werkgevers die ik wel ken heb ik het natuurlijk uitgelegd en daarna laten ze het wel om niet te kiezen voor DC).

De hamvraag is of de gehanteerde actuariële grondslagen – rekenrente van 4% en ‘oude’ sterftetafels – nog wel reëel zijn. Het antwoord moet primair zijn: nee.

Maar, de essentie van een DC-regeling is natuurlijk dat de input – fiscaal – gereguleerd wordt en de outcome eigenlijk – in ieder geval voor de werkgever – niet relevant is.
Daarnaast, we zijn net voor pensioenfondsen naar een UFR overgestapt van 4,2%, waarom zou dan een te verwachten rendement voor DC-regelingen van 4% niet reëel zijn (even voor de duidelijkheid: het is niet reëel, immers gezien de lage marktrente, een fictie, maar goed, ‘we’ kiezen er wel voor)?

Als vervolgens jaarlijks – beter – wordt gecommuniceerd wat het echte rendement is en een indicatief aan te kopen ouderdomspensioen, is er geen echt probleem. Het is dan – dat is nu eenmaal inherent aan een pensioenovereenkomst gebaseerd op beloning in plaats van verzorging en dus eigen verantwoordelijkheid van de werknemer – aan de werknemer om dat goed, jaarlijks, in de gaten te houden en aan de hand daarvan te acteren. Dat de werkgever juist dán de werknemer extra moet helpen heeft de AFM onlangs ook al aangegeven, en terecht!

De vraag of de staffels, de input, dan gebaseerd moeten zijn op een lagere rekenrente zijnde de marktrente, of dat het verwachte rendement leading mag zijn, is de vraag. Een lagere rekenrente impliceert een hogere fiscale aftrek en dát is nu juist niet de bedoeling. Althans, dat haal ik uit de maatregelen in het Regeerakkoord.

De onderliggende sterftetafels moeten natuurlijk wel zeg 5-jaarlijks geactualiseerd. Hoeveel rendement we gaan halen weet helaas niemand – hoewel sommigen in pensioenland dat wél denken te weten, maar in dat kader geloof ik eigenlijk alleen nog Warren Buffet, hoewel die ook een dagje ouder wordt -, maar als we ouder worden dan is dat gewoon zo! (En dus moeten we langer doorwerken, maar dat verder terzijde).

Vraag 13 – misschien zit het in het getal – begrijp ik niet. Immers, ook een ouderdomspensioen mag toch gewoon ‘geknipt’ worden aangekocht? Heeft Mw. Lodders van de VVD daar geen vragen over gesteld en beantwoord gekregen op 22 juni jl.?
Veel interessanter is de vraag waarom ik pensioen niet, net als lijfrente, tijdelijk (in 20 jaar) mag opnemen (zie hiervoor de vragen/antwoorden van Lodders en Irrgang/SP van 2 juli jl.) en dan ook bij een bank?!

Misschien moeten er inmiddels wat pensioenzaken tussen Financiën en Sociale Zaken wat beter afgestemd worden, een beetje regie gevoerd, wat deskundigheid ingebracht en een wat moderne(re), innovatieve kijk op pensioen komen (zie mijn columns deel 1 t/m 3 hiervoor).

Tot slot, beste Jetta – het is tenslotte Sinterklaas vandaag -, je mag deze column gewoon als eerste snelle antwoord gebruiken hoor. Daarna kan Pieter de nodige vervolgvragen stellen en heb je vanaf begin 2013 alle tijd om die te beantwoorden en tegelijkertijd te werken aan het nieuwe FTK. Misschien moeten (beide) pensioenzaken immers een beetje op elkaar afgestemd!

En, als je nog hulp nodig hebt: theogommer@akkermans.nl (….dan wel uren x tarief).

Reageer