Artikel FD Selections: Pensioen in historisch ‘lijfrente-perspectief’: schijn bedriegt!

Maar 4 pensioenfondsen hoeven af te stempelen. Gelukkig, het gaat (weer) goed, hoor ik velen denken. Helaas, schijn bedriegt. Mag ik namelijk eens het vergelijk trekken met lijfrente?

Voor 1992 kon iemand nagenoeg onbeperkt (nou vooruit, maximaal f 17.000, maar dat was beste veel geld) per jaar lijfrentepremies storten, fiscaal aftrekbaar tegen 72%.
Na 1992 was het basisbedrag beperkt tot per persoon f 10.000, er was geen vrije begunstiging, aftrek tegen maximaal 60%. Verdere aftrek alleen als er een pensioentekort was.
Na 2001 was er nog een basisruimte van € 1.000, de uitkering moest uiterlijk op 70 jaar ingaan. Na 2003 was er helemaal geen basisaftrek meer, en na 2005 geen mogelijkheid meer voor een overbruggingslijfrente (om eerder met pensioen te gaan).
Vanaf 2008 kennen we bancair (lijfrente) sparen: ‘sparen’ voor je oude dag doe je dus via de bank, aangevuld met risico-afdekking voor overlijden en arbeidsongeschiktheid.

Dan pensioen. Tot eind jaren ’90 van de vorige eeuw hadden we eindloon met na ingang indexatie. Daarna middelloon met indexatie. Na 2005 geen prepensioen meer. Na 2008 geen indexatie meer, dus middelloon zonder indexatie. Want, leuk dat vele fondsen boven hun herstelplan zitten, maar ze zitten nog steeds ‘onder water’ én kunnen de komende tijd echt niet indexeren! Wat brengt het pensioenakkoord definitief?

De hoge heren van Netspar hebben berekend (na het Zembla-geweld) dat de reële dekkingsgraad 75% is. Of anders gezegd: we komen nog steeds 25% tekort. Dat kan alleen opgevangen worden door de pensioenleeftijd te verhogen, het opbouwpercentage (binnen dus middelloon zonder indexatie) te verlagen en door de uitkering te laten afhangen van verder stijgende leeftijd en beleggingsopbrengsten.

Lijfrente van ongetoetste aftrek naar beperkte aftrek, beperkte uitkeringsvormen en bancair.

Pensioen van eindloon naar een premieovereenkomst vermomd als middelloonregeling.

Het is maar dat u het weet!

Reageer