Artikel FD Selections Pensioen: Hoe nu verder met het echte pensioen?

Dat de AOW-leeftijd ‘dus’ naar 67 jaar gaat is een voldongen feit. Het besluit was al genomen door het Kabinet en kan nu uitgevoerd bij gebrek aan alternatieven. Uit het feit dat er geen grote volksopstand is gekomen moet toch ook wel blijken dat de meeste Nederlanders het er mee eens zijn. Althans, accepteren dat het onvermijdbaar is.
De vervolgvraag – en eigenlijk lijkt mij die véél belangrijker – is, hoe het nu met het echte pensioen, het werkgever-werknemerpensioen gaat. De komende 10 jaar zal het aandeel in het totale inkomen van gepensioneerden dat voortkomt uit de 2e pijler immers 2,5 keer groter zijn dan de AOW-betalingen. Uit betrouwbare bronnen heb ik inmiddels vernomen dat in de conceptwetsvoorstellen er al van wordt uitgegaan dat ook de reguliere pensioenleeftijd naar 67 jaar gaat. Als gevolg daarvan zal het opbouwpercentage aangepast moeten worden. De vraag is hoever het Kabinet en minister Donner gaan. Het huidige opbouwpercentage van 2% is ‘bedacht’ vanuit het Witteveen-kader, dat stelde dat een werknemer 70% pensioen in 35 dienstjaren moest kunnen opbouwen. Daarvoor was het 1,75%, ofwel 70% in 40 dienstjaren, van 25 tot 65. Omdat nu de pensioenleeftijd naar 67 jaar gaat én de verplichte pensioenopbouw al begint bij 21 jaar, zou het opbouwpercentage maximaal kunnen zakken naar 70% in 46 jaar, dus resulteren in 1,52%, dat dan natuurlijk naar beneden wordt afgerond. Het opbouwpercentage zal dus ergens tussen de 1,5 en 2% uit moeten komen. Omdat echter veel pensioenregelingen gebaseerd zijn op het middelloonsysteem, dat een – om een vergelijkbaar resultaat na te kunnen streven als bij eindloon – opbouwpercentage kent van 2,25%, is ‘terugkeer’ naar de goede oude 1,75% voor alle pensioenregelingen een mooi poldercompromis. Of doen we niet meer aan polderen sinds het AOW-debacle in de SER?
Uiteraard zal dit gepaard (moeten) gaan met een overgangsperiode. Ik hoop echter niet dat deze weer – net als bij de Witteveen-wetgeving – 5 jaar duurt. De ervaring heeft immers geleerd dat er dan 4 jaar niets wordt gedaan, en de termijnen dan toch nog worden overschreden. Twee jaar lijkt mij dus ruim voldoende.

Dat een verhoogde pensioenleeftijd veel meer dan alleen een hogere AOW met zich meebrengt mag logisch zijn. Ik denk dat alle noodzakelijk aanpassingen gigantisch zullen zijn en behoorlijk worden onderschat. Alle pensioenregelingen moeten bijvoorbeeld net als bij de VPL-wetgeving aangepast worden. Dat levert veel CAO-discussies op hoe om te gaan met compensaties én vooral ook overgangsregimes. Maar ook de sociale zekerheidswetgeving, WW, WIA/WGA etc. moet natuurlijk aangepast. Als dé reguliere pensioenleeftijd 67 wordt zal dat ook gevolgen hebben voor alle arbeidscontracten, kantonrechterformules en ga zo maar door. Ook zal dan alle lijfrente-wetgeving aangepast moeten worden. Een majeure operatie. Misschien goed voor de ‘pensioen’-branche, maar toch. Hoewel het in dat kader niet onverstandig zou zijn om te overwegen om alleen maar de AOW-leeftijd te verhogen, kan dat niet. Immers in ieder geval moeten de WW en de WIA/WGA aansluiten. Op zich hóeft de pensioenleeftijd in de 2e pijler echter niet aangepast. Wat ook als de AOW-leeftijd in de toekomst weer wordt verhoogd? Alles overwegende twijfel ik toch of het verstandig is om de pensioenleeftijd ‘standaard’ in het 2e pijlerpensioen naar 67 te verhogen. We hebben voldoende ervaring met pensioen (en VUT en prepensioen)-regelingen waarbij de ingangsleeftijd voor de AOW-leeftijd lag. In het kader van meer eigen verantwoordelijkheid (lees ook kennis en interesse) zou het misschien beter zijn pijler 1 en pijler 2 nu te scheiden!

Reageer