Artikel FD Selections: Individuele flexibiliteit: wie wil het niet?

In het Pensioenakkoord van 4 juni 2010 wordt opgeroepen om meer individuele flexibiliteit toe te staan en te promoten. Dat juich ik uiteraard van harte toe. Pas als mensen het gevoel hebben te kunnen kiezen, én de gevolgen daarvan te ervaren, krijg je meer eigen verantwoordelijkheid en interesse.

Ook denk ik dat het nódig is dat er meer ruimte komt voor individuele flexibiliteit. Dat dit ook wordt voorgestaan bij de AOW, ook al is het ‘nog’ maar beperkt met een ‘iets eerdere pensioendatum’ is een extra goed. Het wetsvoorstel dat het mogelijk maakt dat de AOW uitgesteld wordt tot uiterlijk 70 jaar (dat zal dan wel 71/72 worden neem ik aan), is weliswaar controversieel verklaard – geheel ten onrechte uiteraard! – maar komt vanzelf weer op de rol.

In de 2e pijler is individuele flexibiliteit natuurlijk allang mogelijk. De insteek van het rapport van de commissie Witteveen uit 1995 wás immers individualisering en flexibilisering. Dit rapport is inmiddels al ruim 10 jaar verankerd in (fiscale) wetgeving, daar ligt het dus niet aan.

Wel ligt het aan de ontvankelijkheid van werkgevers. Op zich is dit niet onlogisch. Allereerst moeten ze al die individuele keuzes natuurlijk bijhouden. En, veel belangrijker, respecteren. Stel een werknemer heeft gekozen voor deeltijdpensioen. Dan moet de werkgever dat wel mogelijk maken binnen de werkzaamheden. Ik denk dat het juist slim is van een werkgever om deze mogelijkheden toe te staan, te communiceren en te promoten. De administratieve rompslomp moet hij maar voor lief nemen en goed – via technische middelen – kanaliseren. Veel belangrijker is natuurlijk om op de werkvloer ‘ruimte’ te maken hiervoor. Dat is eigenlijk al hetzelfde als bij de levensloopregeling. Een werkgever kan toch niet met droge ogen beweren dat hij niet ziet aankomen dat werknemer na een paar jaar een sabbatical wil opnemen. Hij heeft immers gezien dat hij aan het sparen was?

Nu is dit misschien nog niet zo heel belangrijk. Maar als over een paar jaar de babyboomers echt de arbeidsmarkt gaan verlaten, dan kan het wel eens hard nodig zijn om goede werknemers te behouden. Of zo lang mogelijk – parttime – aan het werk te houden.
Regeren is dus vooruitzien!

Vervolgens is het de kunst om de ‘kernwaarden’ zoals in het Pensioenakkoord valt te lezen: collectiviteit, solidariteit en verplichtstelling, te behouden. Dat zal nog niet meevallen. Die collectiviteit zal wel lukken. Als iets ‘collectief’ meer oplevert – dat gaat dan vaak over het beleggen – dan is iedereen voor. Ook valt er nog steeds WAT, zelfs voor uitbreiding, voor de/een algehele verplichtstelling te zeggen. Over de solidariteit ben ik minder positief gestemd. Iedereen wil wel solidair zijn tegenwoordig, mits dat hem/haar maar wat oplevert. En dat valt niet goed in te zien, de een z’n voordeel is immers de ander z’n nadeel. En intergenerationele solidariteit? Pff, dat duurt ‘lang’……

Het slotakkoord is dan voor de werknemer zelf. Als alle mogelijkheden er zijn om ‘meer’ te doen met je pensioen, en je doet er niets mee, dan moeten we daar stoppen met ‘pamperen’. Dan moet de werknemer zelf maar ervaren wat de gevolgen zijn van niet kiezen. Dat klinkt misschien hard, maar het is de enige manier. Ook dát hoort bij de nieuwe tijdgeest. Dat we de werknemer moeten blijven helpen en ondersteunen zolang hij ‘beweegt’, is ook evident. Maar, de liefde moet nu echt van 2 kanten komen!

De ‘nieuwe weg’ die is ingeslagen – en eigenlijk dus al vanaf 1995 – is de goede. Blij dus dat de sociale partners dit hebben opgeschreven. Aan het nieuwe Kabinet de taak om dit verder vorm te geven en met randvoorwaarden – al dan niet verplichtend – te kaderen en te sturen. Ben dus zeer benieuwd wie de nieuwe staatsecretaris van SZW gaat worden. Ik hoop van harte dat hij of zij ook een ‘moderne’ kijk op pensioen heeft!

Reageer