Artikel FD Selections: Individueel versus collectief (deel 2): solidarteit

De vorige keer schreef ik over het feit dat ons pensioensysteem niet alleen steeds individueler wordt maar mijns inziens ook moet worden. Pas als ons pensioensysteem vervolgens ook individueel wordt gecommuniceerd hebben we de kans dat de boodschap en het belang wél overkomen. Wel moeten daarbij de collectieve voordelen voor zover mogelijk bewaard blijven.

Het tweede belangrijke uitgangspunt in ons pensioenstelsel is de solidariteit. Niet alleen is solidariteit dé basis van onze omslaggefinancierde AOW, maar ook zit solidariteit ‘ingebakken’ in onze 2e pijler. Met name de doorsneepremie en het intergenerationele beleggen zijn hier prima voorbeelden van. Maar vooral ook de financiering – vroeger en nu nog steeds – van vroegpensioenregelingen (uiteraard vooral de ‘ook’ omslaggefinancierde Vut, maar als gevolg van de doorsnee premie voor overige – vooral ook – overgangsregelingen).

Toch is de solidariteit tanende. Dit is mede het gevolg van de verdergaande individualisering van de maatschappij, waar ik de vorige keer over schreef. De vraag is dus tot hoever de solidariteit reikt en moet reiken. Een paar voorbeelden. De AVV (de jongeren vakbond) liep te hoop tegen de ‘solidariteitsheffing’ in de premies die jonge ambtenaren aan het ABP betaalden voor de overgangsrechten van Vutters en prepensioengerechtigden. Daarnaast gaan er steeds meer stemmen op om niet langer intergenerationeel maar juist ‘beperkt’-generationeel te beleggen. En dan ook nog in cohorten van bijvoorbeeld 5 jaar. Dus alle 25-29-jarigen, alle 30-34-jarigen hebben ‘hun eigen spaarpot’.
Vervolgens – en dat zie ik als ‘de bom’- komen er de komende 10 jaar meer dan 2 miljoen gepensioneerden bij. Zij zullen – en dat blijkt uit het aan te nemen wetsvoorstel waarbij gepensioneerden meer zeggenschap krijgen – een belangrijker rol opeisen in pensioenland. Niet onterecht mijns inziens. Wiens geld het immers is, diens woord moet gehoord! De ‘nieuwe’ groep gepensioneerden gaat jaarlijkse circa 100 miljard euro uitgekeerd krijgen.
Ook het feit dat er – gedreven op Europese ontwikkelingen – steeds meer individuele keuzes mogelijk moeten worden gemaakt zet druk op de solidariteit. We moeten dus niet alleen kijken naar de Nederlandse – sociaal/maatschappelijke en financiële – ontwikkelingen, maar vooral ook naar de Europese. Hét voorbeeld hierbij is natuurlijk de overstap van kapitaalgedekt nabestaandenpensioenen naar een nabestaandenpensioen op risicobasis (na ontslag is er dus géén NP meer!). Pas als de gepensioneerden van de toekomst vervolgens op de pensioendatum een deel van het ouderdomspensioen kunnen/moeten omzetten in een nabestaandenpensioen, zal blijken hoever de solidariteit in dit geval reikt. Ik vrees het ergste (laten we eerlijk zijn: niemand weet het en/of realiseert dit zich, toch?!). In circa 2/3 van alle pensioenregelingen zit inmiddels een NP grotendeels of uitsluitend op risicobasis. Hieronder het ABP en de het pensioenfonds voor Zorg en Welzijn (voorheen PGGM).
Tot slot natuurlijk de AOW-ontwikkelingen. Of de Kabinetsplannen voldoende solidair zijn vraag ik mij wel eens af. Eerder de verhoging deels doorvoeren lijkt mij meer solidair, dan pats-boem in 2 jaar-stappen in 2020 en 2025. De vraag is of we meer solidair moeten zijn met ‘de ouderen’ (dus geboren voor 1955) of juist meer solidair met de ‘jongeren’ die zeker pas vanaf 67 en waarschijnlijk nog wel later, AOW krijgen.

Mijn conclusie is dat er ‘druk’ staat op solidariteit en dat de komende 10 jaar zal blijken hoever de solidariteit reikt of moet blijven reiken. Met alle nieuwe ontwikkelingen waardoor vooral de groep gepensioneerden een nieuwe zal blijken te zijn, en juist daardoor ‘meer’ afstand wordt gecreëerd met jongeren, zullen we eerder meer dan minder oog moeten blijven hebben voor solidariteit. Niet meer of minder, maar oog voor de juiste gradatie van solidariteit. Als we dat niet doen of als dat niet lukt dan ontstaat er geen generatiediscussie (dat is namelijk niet zo erg) maar een generatieconflict. Iedereen die zich dit niet terdege realiseert kom ik graag over een jaar of 10-15 nog eens tegen. Afspraak?

Reageer