Artikel FD Selections: Het regeerakkoord, de hand van Wouter Bos!

Zo, de kogel is door de kerk. Een stevige verlaging van het opbouwpercentage en een forse maximering van het pensioengevende salaris van € 100.000. In het eerste zit de hand van de Cie Goudswaard, in de tweede die van de PvdA, of nog beter Wouter Bos himself!

Dat het opbouwpercentage verlaagd wordt naar – even voor eindloon – 1,5% was te verwachten. De Cie Goudswaard heeft immers al aangegeven dat we boven onze stand leven, dus of meer premie moeten betalen – maar dat gaan we niet doen, los van de verhoging van de premie als gevolg van langer leven en minder rendement – of de pensioenopbouw fors moeten versoberen. Niet alleen een hogere pensioenleeftijd, maar ook een lager opbouwpercentage.

Eerder rekende ik al voor dat bij een opbouw van maximaal 46 jaar (21-67 jaar), een opbouwpercentage van 1,5% volstaat. Gemiddeld zal een werknemer ongeveer zo’n 35 jaar echt werken (inclusief parttime jaren), dat levert dan ongeveer 50% pensioen op. Als iemand echt 46 jaar werkt, komt hij precies op 70% uit. Gezien het aantal tweeverdieners en het uitgangspunt dat alle pensioen boven de AOW extra is – immers van de AOW wordt je geacht te kunnen leven – is het nieuwe opbouwpercentage een logische keus.

Verrassender is de hand van Bos. Hij pleitte al eerder voor verhoging van de pensioenleeftijd en verlaging van het maximaal pensioengevende salaris. Dat het echter zo fors naar beneden gaat – van onbeperkt naar € 100.000 – had ik niet verwacht. Ook hier geldt echter weer dat het alleszins reëel is. Iemand kan dan tussen de € 50.000 en 70.000 pensioen opbouwen (los van extra pensioen als gevolg van nog langer werken, uitstel, uitruil en hoog/laag). Dan val je dik in de hoogste tariefschijf en moet je in vergelijking met gewoon sparen in Box III, helemaal niet meer pensioen wíllen opbouwen. En ook al wil je dat, dat hoeft dan zeker niet fiscaal gefacilieerd te worden, lijkt mij.

De € 100.000 komt overigens ‘uit’ de vergelijkbare verlaging in 2008 van de maximale premiegrondslag voor lijfrenteaftrek. Deze werd toen verlaagd omdat de extra kosten van het geïntroduceerde banksparen gecompenseerd moesten worden. Overigens werd die beperking een jaar later al weer teruggedraaid (nu kun je over maximaal zo’n € 160.000 lijfrente-aftrek krijgen). Ook de maxima voor lijfrente-aftrek en de oudedagsreserve worden beperkt, zowel qua inkomen/winst als qua percentage. Bos was toen minister van Financiën, hij wist de hoogte dus nog goed!

Dat het ABP ‘piept’ dat jongeren 20% minder pensioen kunnen opbouwen is rekenkundig juist. Als het ‘piepen’ betekent dat ze dat erg vinden, daar kun je over twisten. Reëel is het in ieder geval wel. Dat lagere opbouwpercentage dus!

Al met al begint er schot in te komen. Met mijn lump-sumpleidooi van vorige week zijn dit de ‘harde’ criteria, nu de zachte nog, onder andere de verplichtstelling. Daar ga ik de volgende keer verder op in!

Reageer