Artikel FD Selections: Doorsneepremie en verplichtstelling

Samen met ‘collectiviteit’ de heilige drie-eenheid in pensioen. De vraag is – in navolging op mijn column van vorige week – hoe met de doorsneepremie en de verplichtstelling om te gaan anno 2013. Gezamenlijk vormen deze onderdelen overigens de 4e poot onder ons pensioenstelsel: solidariteit. Waarover Prof. Jean Frijns nog maar eens gequote: ‘solidariteit, dat heb ik altijd al een beetje een vaag begrip gevonden’. Inderdaad, je kunt er niet tegen zijn, maar wat het nu precies is…..?!

Dan de doorsneepremie. Niet houdbaar, beetje naïef (altijd al), met steeds meer ‘aflopende’ branches (dus weinig nieuwe aanwas), korte, flexibele arbeidsverbanden, toenemende arbeidsmobiliteit ook naar andere branches en forse toename van het aantal ZZP-ers, is de vraag niet of we moeten doorgaan met de doorsneepremie – daar is iedereen het wel over eens – maar hoe komen we eraf. Of jongeren blijven betalen voor ouderen, net als bij de VUT, en daar zijn we nu eindelijk van af, of ouderen bouwen minder pensioen op, hetgeen onder andere weer in strijd is met de WGBLA. Laten we ons dus niet zozeer concentreren op de houdbaarheid van de doorsneepremie, maar op de vraag hoe we er vanaf komen. Zoals bekend is er een ‘geheim rapport’, ik ga er dus vanuit dat er al ‘knappe koppen’ naar hebben gekeken – ik zat er overigens niet bij -, dat zou ik graag zien. Daarna moet het streven zijn om per 2015 de overgang van doorsneepremie naar ‘geïndividualiseerde opbouw’ in te zetten, met uiterlijk per 2020 dus de definitieve dood van de doorsneepremie.

Met de verplichtstelling heb ik minder problemen. Ik ben immers voorstander van verplicht pensioensparen. Of dat dan per se als pensioen moet is de vraag. Ook andere ‘besparingen’, zoals een eigen huis zijn wat mij betreft (deels) goede opties. Het nadeel overigens van een vaak gehoord argument, ‘ ja, maar ik heb een ’vrij’ huis’, is dat je van een ‘vrij huis’ niet kunt leven en het kan moeilijk (deels) te gelde worden gemaakt. Net zo goed als je beleggingen moet spreiden, moet je mijns inziens dus ook je ‘pensioen’ spreiden over meerdere onderdelen. Een vrij huis impliceert dan bijvoorbeeld dat je maar een ‘half pensioen’ nodig hebt/hoeft op te bouwen (los van de vraag wat dan een half pensioen is). Ook ben ik groot voorstander van het ‘tussentijds’ gebruiken van je pensioenvermogen voor aflossing hypothecaire schuld, om-/bijscholing, starten eigen bedrijf en uiteraard de mogelijkheid van stevige lumpsum betalingen op of na pensioendatum. Levensloop nieuwe stijl zeg maar.

Daarnaast is de verplichtstelling gebaseerd op een verzoek van de sociale partners. En daar zit wel een crux inmiddels. Want, hoe representatief zijn zij nog? In combinatie met de doorsneepremie denk ik dus dat een verplicht pensioen goed zou zijn – ja, ook voor ZZP-ers én DGA’s , dus iedereen met ‘arbeidsinkomen’, maar de verplichte uitvoering door een specifiek pensioenfonds is níet meer van deze tijd én niet eens nodig. Dat de verplichtstelling z’n langste tijd heeft gehad, daar zijn vriend en vijand het ook wel over eens. Maar ja, zolang de macht van de polder nog groot is en de wetgever weinig visie en daadkracht toont, zal de verplichtstelling voorlopig nog wel blijven bestaan (voorlopig is dan 3-5-7-10 jaar).

Reageer