Artikel FD Selections: De doorsneepremie. Ook hier kennis van zaken

De AFM, middels Harman Korte gooide de knuppel in het hoenderhok. De doorsneepremie is niet langer houdbaar vanuit het perspectief van jongeren. Los van de vraag of de AFM hierover een mening moet hebben – dat ze de gevolgen van de doorsneepremie in het kader van transparante communicatie adresseren is wat anders – en het feit dat alle deskundigen allang wisten dat de doorsneepremie steeds lastiger houdbaar wordt, is de vraag hoe nu verder.

 

De Cie Goudswaard benoemde de doorsneepremie al als aandachtspunt voor het behoud van de verplichtstelling (qua uitvoer, niet qua toezegging sec in een branche) en voormalig Minister Kamp gooide er voorjaar 2012 nog maar eens een onderzoekje tegenaan. Primair is het daar op wachten dus.

 

Dat de doorsneepremie grote solidariteitsoverdrachten tussen jong en oud, maar ook tussen weinig/veel-verdienenden inhoudt is evident. Dat een premieovereenkomst, gebaseerd op stijgende staffels, tegemoet komt aan het probleem ook. Voor nieuwe pensioenregelingen is er dus geen probleem.

 

Voor bestaande wel. Allereerst mag een jongere niet meer opbouw krijgen dan de huidige opbouwpercentages. Een hogere aanspraak op basis van de gemiddelde doorsneepremie, van zeg 18 à 20%, is dan ook fiscaal niet haalbaar. Maar ook niet nodig. Laat de jongere juist maar minder betalen zou ik zeggen, dan houdt hij meer over – de werkgever trouwens ook, maar dat vechten ze onderling maar uit –,  en dat is goed voor de economie.

 

Ten tweede. Als in vervolg op het hier voorgaande, de jongere ‘domweg’ minder gaat betalen, dan komt de oudere tekort. Het gevolg moet dan zijn dat de ook de oudere minder rechten krijgt, maar wel dezelfde premie blijft betalen. De oplossing daarvoor is dan weer dat de oudere of meer premie moet betalen – en dat maar regelt met de werkgever – of langer moet doorwerken voor ‘hetzelfde’ pensioen, of genoegen moet nemen met minder.

 

Als de waarheid, zoals wel vaker, in het midden ligt dan moet de doorsneepremie afgebouwd, gelijk de financiering van VUT (die nog loopt tot 2015). Maar of jongeren bereid zijn wéér 10 jaar solidair te zijn vraag ik mij – retorisch – af.

 

Meestal heb ik dus wel een of zelfs dé oplossing, deze keer echter niet. Ik stel dus voor dat we a. het onderzoek van Min. Kamp afwachten en b. ouderen uitdagen om met oplossingen te komen. Waarbij niets doen geen oplossing is. Ouderen?! Ik ben benieuwd.

Reageer