Artikel FD Selections: Bestuur pensioenfondsen (2)

Deskundigheid
De vervolgvraag nadat de structuur van een pensioenfonds bekend is, is wanneer een bestuurder, een toezichthouder of een vertegenwoordiger van de deelnemers voldoende deskundig is. En vooral ook, hoe beoordeel je dat?

Bestuur
Het lijkt mij goed om de deskundigheid eens te vergelijken met de eisen die worden gesteld aan de adviseurs die een vergunning Wft Pensioenverzekeringen willen verkrijgen. Deze nieuwe vergunning beantwoordt namelijk prima aan de nieuwe eisen. De vergunning kwalificeert binnen het Europees Kwalificatie Kader (EKK) op niveau 6 (van de 8 levels). Dat impliceert HBO-niveau. Er zijn een 4-tal deelgebieden onderscheiden: kennis, vaardigheden/kunde, competenties en professioneel en integer gedrag. Dat moet mijns inziens ook gelden voor een bestuurder. Iedere bestuurder individueel moet over voldoende kennis beschikken, en daarnaast moet het gehele bestuur – en dan niet bij slechts 1 bestuurder – over goede kennis beschikken van de diverse kennisgebieden. Vanuit intern toezicht worden hierbij vaak de deelgebieden: (fiscaal)juridisch, communicatief, actuarieel, economisch (dat is ook beleggen), (algemeen) bestuurlijk onderscheiden.

Toezichthouder
Feitelijk gelden deze criteria ook voor de toezichthouder, zowel een RvT als een VC. Zij moeten mijns inziens nog een keer extra ‘deskundig’ zijn op het gebied van professioneel en integer gedrag. De ervaringen met het ‘old boys netwerk’ de afgelopen jaren is hier natuurlijk debet aan. Daarnaast moeten ze stevig in hun schoenen staan en niet bevreesd zijn het bestuur van de juiste (stevige) repliek te dienen als dat nodig is. In ‘visitatieland’ is inmiddels bekend dat er hard- en soft-liners zijn. U snapt tot welke categorie ik behoor!

Vertegenwoordiger deelnemers
Ook de vertegenwoordigers van de deelnemers moeten natuurlijk voldoende kennis hebben. Maar, net zoals een aandeelhouder ‘gewoon’ een aandeel houdt en niet per definitie deskundig hoeft te zijn, hoeven de vertegenwoordigers dus ook niet ‘alles’ te weten en te kunnen. Maar omdat ze juist wel de vertegenwoordiger zijn moeten ze voldoende kennis hebben en met name ook weer ‘tegengas’ durven te geven en (kritische) vragen te stellen.
Mijns inziens moeten deze vertegenwoordigers dan ook getoetst worden, net als bestuurders en toezichthouders.

Toets
Inderdaad, iedereen moet getoetst worden. Natuurlijk.
Zoals aangegeven moet iedereen – ongeacht opleiding, ervaring etc. – voor het verkrijgen van de Wft-vergunning Pensioenverzekeringen opnieuw getoetst worden. Via een examen (na al dan niet aanvullende opleidingen) of via de Eerder Verworven Competenties-procedure (EVC). De Wft Pensioenverzekeringen gaat per 2012 in. Komt dat goed uit?! Kunnen ‘we’ zo meelopen in dat stramien. Nieuwe toetreders moeten eerst de toets doorstaan. Diegenen die al actief zijn, moeten voor 2014 de toets doorstaan. Zij moeten daarbij voor 1 juli 2012 aangeven of ze dat al dan niet gaan doen. Als ze aangeven dat niet te gaan doen, moeten ze uiterlijk per 2013 zijn vervangen. Kijk, dan komt er wat vaart in!

Conclusie
Al met al is het dus niet zo heel moeilijk. We moeten de lat gewoon hoog leggen. Haalt iemand – zonder aanzien des persoons – dat niet, pech. Het gaat niet om hem/haar maar om het belang van de deelnemer. Het is namelijk diens geld dat goed beheerd moet worden. Persoonlijke belangen mogen daarbij geen rol spelen. Dat iedereen opnieuw de maat wordt genomen is gezien de huidige situatie in pensioenland en alles wat nog gaat komen alleen maar goed.

Reageer