Artikel FD Selection: Pensioen-banksparen

Verwacht je dat pensioensparen via de bank nog gaat komen, zo vroeg een ondernemer tijdens een lezing bij de Industriële Kring Twente aan mij. Ik had zojuist een uurtje gesproken over “Pensioen in moderne tijden”. Gezien de mogelijkheden voor lijfrente, ‘kapitaalspaarverzekeringen’ (gekoppeld aan de hypotheek), en vanaf 2010 ook de gouden handdruk die via de bank kan worden ondergebracht, zie ik niet in waarom dat ook niet voor pensioen gaat gelden (was tevens mijn antwoord).

Als je de kenmerken van een PremiePensioenInstelling (PPI) goed bekijkt, dan is dit eigenlijk al een beetje een bank-variant. De PPI mag alleen het geld beheren en de administratie en communicatie doen. Als er actuariële factoren om de hoek komen kijken dan moet dit extern worden verzekerd. Dat geldt dus voor overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsdekkingen. Maar ook voor de aankoop van het (levenslange) ouderdomspensioen.

Nu zou een verzekeraar of een bank natuurlijk ook een PPI kunnen oprichten. De vraag die bij mij dan opkomt is waarom? Een verzekeraar doet al datgene wat een PPI doet plus het verzekeren zelf. Dus waarom dan nog een PPI? Alleen als een verzekeraar een ‘nieuw’ merk in de markt wil zetten, kan ik mij er wat bij voorstellen. Een bank hoeft ook geen PPI op te richten, want datgene wat een bank doet is eigenlijk hetzelfde als wat een PPI doet. Er is maar één verschil en dat is dat een bank geen pensioensparen mag aanbieden. De oplossing lijkt mij dan logisch: banken mogen 2e pijler pensioenproducten aanbieden, alsof ze PPI zijn. Tegen de tijd dat de PPI dan ‘verder gaat’ als API, en de PPI/API ook uitkeringsovereenkomsten mag ‘uitvoeren’ kan er gekeken worden hoe banken ook dit mogen doen. Dat is bij lijfrente ook gelukt, dus die spelregels kunnen we voor banken ook wel bedenken. Een belangrijke is dan hoe we het ‘langleven’risico moeten vormgeven. Bij lijfrente heeft men ervoor gekozen om dit middels een uitkering van 20 jaar te doen (20 jaar vanaf 65 is dan dus levenslang). Gezien de eis die de Pensioenwet stelt dat pensioen levenslang moet zijn, zal hier een keus moeten worden gemaakt. Misschien de helft van het pensioen in 20 jaar, de andere helft wel levenslang (en onder te brengen bij een verzekeraar?).

De volgende vraag is dan natuurlijk of we dan – met dat pensioen-banksparen – veel zijn opgeschoten? Ja en nee. Ja, omdat het altijd goed is voor de concurrentie op de markt. Een voorwaarde is dan wel dat bedrijven meer mogelijkheden moeten krijgen om zelf te bepalen waar ze hun pensioen onderbrengen, ongeacht de eventuele verplichtstelling. Overigens is dat ook niet zo’n groot probleem: als werkgever en werknemers in een branche geen of een minder rigide verplichtstelling willen, dan kunnen zij dat toch beslissen en aankaarten bij de Minister? Nee, want er zijn al voldoende mogelijkheden. De gevolgen en voor/nadelen van de verplichtstelling buiten beschouwing latend, kan iedere werkgever nu ook al zelf kiezen waar hij zijn pensioen onderbrengt: opf, multi-opf binnenkort, verzekeraar (vele) en zelfs kan hij bij ontevredenheid (en goede exitvoorwaarden!) de hele pensioenreserve oppakken en onderbrengen bij een andere uitvoerder (collectieve waardeoverdracht).

Toch blijkt altijd dat er eerst meer concurrentie moet komen voordat ‘klanten’ bereid en in staat zijn om kritischer te worden. Daarom ben ik én voorstander van de multi-opf, de PPI/API, de mogelijkheid van collectieve waardeoverdracht, én dus binnenkort pensioen-banksparen!

Reageer