Artikel FD Selection: Actuariële oprenting

Er blijkt (nog) veel onduidelijkheid te zijn over wat er gaat gebeuren met de opgebouwde pensioenaanspraken na het PensioenAkkoord. Of eigenlijk, de mogelijke gevolgen. Een deel van de commotie over het PensioenAkkoord komt mede hier uit voort.

Twee zaken
Er zijn 2 zaken die tegelijkertijd spelen. Allereerst de vraag of de opgebouwde rechten actuarieel worden opgerent bij een hogere pensioenleeftijd. De hoofdgedachte moet zijn dat bij een hogere pensioenleeftijd – naar 66 en vervolgens naar 67 jaar – de opgebouwde rechten hogere aanspraken opleveren, een % of 8,5.

Mijn pensioenrecht van € 10.000 vanaf 65 jaar wordt dan € 10.850 vanaf 66 jaar.

Toch is er altijd een aantal grote pensioenfondsen die menen dat de verhoging niet plaats hoeft te vinden. Daarmee is dan namelijk een groot deel van het dekkinsgraadprobleem opgelost. Ja, dat klopt.

En bloc
Een vervolgvraag is dan of dit en bloc gebeurt, wat beter is, of niet. Als dat niet gebeurt krijgen werknemers ‘premievrije’ opgebouwde rechten vanaf 65 jaar en daarnaast rechten vanaf 66 jaar én na 2020 een AOW vanaf 66 jaar.

De logische oplossing is dat alle opgebouwde rechten worden omgezet, het pensioen mag immers altijd vervroegd ingaan!

Inmiddels heb ik begrepen dat deze exercitie voor velen nog onduidelijk is, hetgeen een groot deel van de commotie omtrent het PensioenAkkoord verklaart.

RAM en LAM
Dan de RAM en LAM vragen. De aanpassingen als gevolg van het beoogde RendementsAanpassingsMechanisme en het LevensverwachtingsAanpassingsMechanisme.

Dit houdt zoals bekend in dat – even uitgaande van opbouw na het PensioenAkkoord – een opgebouwd recht van € 10.000 vanaf 66 jaar als gevolg van een lager dan verwacht rendement en/of een stijging van de levensverwachting € 9.000 wordt vanaf 67 jaar.

Goedkoop
De ‘goedkoopste’ oplossing is natuurlijk de opgebouwde rechten nominaal omzetten in ‘PensioenAkkoord’-rechten. Dezelfde rechten, een jaar later uit te keren, in een nieuw FTK-jasje (minder zekerheid, minder buffers, meer risico mogelijk).Actuarieel opgerente rechten in het nieuwe FTK-jasje is een soort sigaar uit eigen doos. Op papier krijg ik meer, maar als het tegenzit, wordt het toch minder.

Het nadeel van het behouden van de opgebouwde rechten – al dan niet opgerent overigens naar een hogere pensioenleeftijd – is dat deze onder de huidige ‘zekerheidsregelgeving’ blijven vallen (FTK1), hetgeen impliceert dat er hogere buffers moeten zijn, waardoor er minder risicovol kan worden belegd en een grotere kans op afstempeling bestaat.

Complex
Dat het complexer is als er twee soorten rechten zijn, dat klopt. Het initiële streven van de werknemers voor 1 systeem is dus goed. Of de opgebouwde rechten dan wel of niet opgerent worden is eigenlijk minder relevant, dat is een keus. De keus voor FTK-nieuw is dus de essentie. Hoe het ook zij, deze omzetting legt een groter risico bij toekomstige gepensioneerden, met hooguit de kans op hetzelfde of meer.

Het lijkt mij goed dat over dit soort essentiële zaken eerst duidelijkheid en vooral openheid komt. Het feit dát hierover blijkbaar nog geen voldoende duidelijkheid is – ook niet bij de diverse sociale partners – zegt – het spijt me dat ik het wederom moet opschrijven – weer genoeg over de kwaliteit van het PensioenAkkoord.

Reageer