Artikel FD Optiek: Pensioenaanpassingen ook pas in 2020? Dat scheelt zo’n 5 miljard per jaar!

Diverse bronnen, ook het FD zelf, maken er melding van dat het de bedoeling is om de 2e pijlerpensioenen pas in 2020 aan te passen aan de nieuwe AOW-leeftijd. Dit is om meerdere redenen onverklaarbaar.

Allereerst vanuit communicatief oogpunt: onhandig en daardoor onverklaarbaar. Als ik na 1959 ben geboren, dan wéét ik toch dat ik vanaf 67 jaar AOW/pensioen krijg? Het is lijkt veel logischer om dan nu zo snel mogelijk pensioen op te bouwen – met de dáárbij horende communicatie – dat gericht is op die datum van 67 jaar. Anders zou het gevolg zijn dat nog tot 2020 pensioen wordt opgebouwd gericht op een pensioendatum op 65 jaar. Die opgebouwde rechten moeten dan vervolgens omgezet in (extra, actuarieel herrekend) pensioen op 66 jaar, en vervolgens in 2025 dezelfde exercitie voor omzetting naar 67 jaar? Als in 2020 in één keer de omzetting naar 67 jaar plaatsvindt, dan kan dat net zo goed – en beter dus – nu direct al in 2010. Er is geen enkele reden om dat niet te doen.

Vervolgens is het vanuit financieel oogpunt voor werkgevers niet logisch en daardoor onverklaarbaar. Zij willen uiteraard zo snel mogelijk het voordeel van minder pensioenlasten. Zowel voor wat betreft de AOW-premie – deze loopt in ieder geval minder snel op met de nieuwe AOW-leeftijd – als met betrekking tot de premie voor het reguliere pensioen. Daar was en is het bij de AOW-verhoging toch ook mede om te doen? Het scheelt zo’n 5 miljard aan pensioenpremie per jaar voor werkgever én werknemers gezamenlijk. Werknemers betalen immers zelf ook gemiddeld 1/3 van de pensioenpremie. Ook zij houden dus meer netto loon over om te consumeren (of zelf te sparen). Juist omdat pensioen een kwestie van lange termijn is, moeten nu de bakens definitief verzet worden, naar 67 jaar dus. In dat kader is het dan ook veel beter om in 2020 de AOW-leeftijd in een keer op 67 jaar te stellen en voor de groep geboren in de periode 1955-1959 een uitzondering te maken, zodat zij nog eerder AOW-ontvangen. Ook voor hen kan het werkgever-pensioen dan gewoon al op 67 jaar staan. Zij kunnen dat immers actuarieel gekort eerder laten ingaan. Werknemers moeten dan maar met hun werkgever onderhandelen of een deel van het werkgevervoordeel terugkomt bij hen.

Tot slot moet de overheid dan helemaal ‘doorpakken’ en ook de leeftijden in de lijfrente-wetgeving, die immers voor een steeds grotere groep ZZP-ers geldt, aanpassen naar 67 jaar. Want als dit niet gebeurt dan zit er geen consistentie in ons 3-pijlersysteem (AOW, werkgever-pensioen en aanvullend lijfrente). Tot slot heb ik nog ‘een tip’ (om te voorkomen dat ze dat item ‘vergeten’). Ook de uiterste pensioeningangsdatum moet in de aangepaste wetgeving van nu 70 jaar naar 72 jaar worden opgehoogd. Het zou immers raar zijn om wel ‘af te dwingen’ dat we langer blijven werken, mede op grond van de toegenomen levensverwachting, en dan niet deze leeftijdsgrens eveneens verhogen!

mr Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen.

Reageer