Artikel FA Rendement: Dekkingsgraad: wat is het en wat betekent het voor mij?

Inleiding
U leest veel over de term ‘dekkingsgraad’ en pensioen. En vaak niet in ‘positieve’ zin. Wat is nu eigenlijk precies een dekkingsgraad, waarom is die er, en vooral wat betekent een hoge of juist lage dekkingsgraad voor mijn bedrijf?

Dekkingsgraad, wat is het?
De term ‘dekkingsgraad’ geeft de verhouding aan tussen het vermogen van een pensioenuitvoerder en de pensioenverplichting die bestaat naar alle deelnemers. Dit wordt primair gebruikt voor en door pensioenfondsen. Stel dat een pensioenfonds een vermogen heeft van 100 (als ze ‘vandaag’ alle bezittingen verkopen) en dat ze 110 moeten betalen aan een derde als deze alle pensioenverplichtingen moet overnemen (rekening houdend met de levensverwachting en het mogelijk te behalen rendement). Dan is de dekkingsgraad dus 90,9%. Eigenlijk moet een pensioenfonds in ieder geval een dekkingsgraad van 100% hebben. Maar, tenslotte moet er altijd sprake van een buffer zijn, De Nederlandsche Bank eist daarom een minimale dekkingsgraad van 105%. Omdat de meeste pensioenfondsen ook streven naar inflatiecorrectie van de pensioenen moet de dekkingsgraad nog hoger zijn en eigenlijk zelfs 125 à 130%. De pensioenverplichtingen worden berekend op basis van de actuele markrente. Deze is momenteel erg laag, onder de 3%. Hoe lager de marktrente, hoe hoger de verplichting en hoe lager de dekkingsgraad. Welke marktrente gebruikt mag/moet worden is dus nogal van groot belang. Tot 2007 werd altijd met een ‘standaard’ rente van 4% gerekend, sinds die datum moet er gerekend worden met de marktrente.

Dekkingsgraad, wat betekent het voor mij/mijn bedrijf.
Als blijkt dat een pensioenfonds een te lage dekkingsgraad heeft, moet ze een herstelplan maken. Dat impliceert dat ze 3 jaar de tijd heeft om weer een gezonde dekkingsgraad te krijgen. Gezien de impact van de crisis in 2008 is dit verlengd naar 5 jaar, vandaar dat het nu spannend is of na die 5 jaar, in 2013 er voldoende herstel is. Voor uw bedrijf is het van belang hoe het pensioenfonds denkt de dekkingsgraad weer op peil te krijgen, omdat aanvullende betalingen door de ‘sponsor’ (de werkgever) daar meestal onderdeel van uitmaken.

Dekkingsgraad, oplossingen?
Er zijn vier oplossingen om een ‘te lage dekkingsgraad’ te herstellen.
Allereerst kunnen werkgevers (en eventueel werknemers) meer pensioenpremie betalen, jaarlijks of een eenmalige aanvullende koopsom. Echter in het PensioenAkkoord van 2011 is nu juist afgesproken dat er níet meer premie wordt betaald. Bovendien hebben veel werkgevers al afgesproken dat ze niet meer verantwoordelijk zijn voor eventuele tekorten. Maar op grond van het contract dat u heeft gesloten met het pensioenfonds, kan het toch verplicht zijn om extra bij te dragen.

Ook kan worden besloten dat de (ingegane) pensioenen niet meer worden verhoogd met de inflatiecorrectie. Dat gebeurt inmiddels al jaren niet/nauwelijks, dus ook dat biedt op dit moment geen soulaas.

De derde optie is op basis van dezelfde premie minder pensioenrechten te geven. Dat is eigenlijk in het PensioenAkkoord afgesproken. Als de levensverwachting blijft toenemen, wordt de pensioenleeftijd automatisch verhoogd. Eerst naar 67 in 2014 en als het nodig is zelfs richting de 70 jaar. De AOW-leeftijd sukkelt daar een beetje achteraan, die wordt pas in 2020 verhoogd naar 66 en in 2025 naar 67. Dus de AOW-leeftijd en de pensioenleeftijd van het werkgeverspensioen lopen niet parallel.
Ook is afgesproken dat als het rendement dat met de pensioengelden wordt behaald tegenvalt, de pensioen lager worden. Met het PensioenAkkoord is dus ook het volledige risico van werkgever naar werknemer verschoven.
De laatste optie is om alle pensioenen, ook de ingegane pensioenen, te verlagen. Zoals het er nu uitziet gaat dat bij 40% van alle werknemers per 2013 gebeuren.

De Nederlandsche Bank heeft onlangs toegestaan dat er per 1 april 2013 niet meer dan 7% hoeft te worden verlaagd. Ook al zou dat gezien de dekkingsgraad eigenlijk wel moeten. Nu is het wel zo, dat als de benodigde korting niet volledig per 1 april 2013 gebeurt, het resterende deel daarna als het slecht blijft gaan wel per 31 december 2013 of in latere jaren moet worden doorgevoerd.

Dekkingsgraad, wordt die wel goed berekend?
Er is ook veel discussie over hoe de dekkingsgraad nu precies berekend moet worden. Critici zeggen dat de huidige marktrente wel erg laag is en dat er beter gerekend kan worden met een hogere rekenrente die recht doet aan de lange termijn waar pensioen nu eenmaal betrekking op heeft. Enerzijds klopt dat wel, anderzijds weten we én niet wanneer de markrente weer gaat stijgen én is het een feit dat de marktrente al vanaf 1980 gestaag is gedaald van boven de 10% naar onder de 3% nu. Ook zeggen critici dat er rustig met een hogere marktrente gerekend kan worden omdat de rendementen ook veel hoger zijn dan 3%. Ook dat is wel waar, maar daar tegenover staat dat we niet weten of dat de komende jaren ook zo blijft en dat een deel van het hogere rendement nodig is om de toenemende levensverwachting mee te betalen en een deel is nodig voor inflatiecorrectie.

Conclusie
De dekkingsgraad is de thermometer van het pensioenfonds. Hoe hij precies zou moeten worden berekend, is een voortdurende discussie. Wel is het een feit dat als de dekkingsgraad lange tijd substantieel onder de 100% is, er een oplossing moet komen. Anders keert een pensioenfonds eigenlijk pensioengeld uit (aan ouderen) dat er niet is (ten koste van de jongeren). Dat is niet solidair. Wel is het een feit dat het ‘afstempelen’ van pensioen gepensioneerden direct raakt, terwijl actieven nog maatregelen kunnen nemen. De grote vraag blijft wanneer er ingegrepen moet worden. Het lijkt erop dat 2013 een zeer belangrijk jaar gaat worden in dat kader.

Theo Gommer, Akkermans & Partners te Tilburg.
corporatepensions@akkermans.nl

Reageer