Artikel De Telegraaf: Nederland begint ook aan de grootste naoorlogse uitkeringsgolf

AMSTERDAM – Nederland begint ook aan de grootste naoorlogse uitkeringsgolf: vanaf 2010 gaan mensen massaal met pensioen. Na 2020 wordt voor het eerst meer aan pensioengeld uitgekeerd dan opgebouwd. Bovendien zullen mensen meer zelf moeten sparen voor hun pensioen, terwijl regels dat steeds complexer maken. De wetgever begaat veel fouten en mist ontwikkelingen. Om conflicten voor te zijn, pleiten specialisten voor een denktank. Deskundigen uit de markt zouden experts van ministeries en Belastingdienst moeten ondersteunen.

“België heeft voor € 40 miljard pensioengeld op 11 miljoen Belgen, maar met een eigen staatssecretaris voor pensioenen”, vergelijkt pensioen-advocaat Theo Gommer van Akkermans &Partners. “Nederland bezit op 16 miljoen mensen € 700 miljard aan pensioengeld, inclusief lijfrentes en kapitaalverzekeringen wel het dubbele. Maar geen aparte staatssecretaris, niet de constante politieke bewaking van onze toekomst. Terwijl komende jaren massaal wordt uitgekeerd.”

De babyboomgeneratie stopt ermee én je krijgt een ander type gepensioneerde: die vooral voor zijn eigen pensioen spaart, niet dat van een ander. Tussen de gepensioneerden en de opbouwers krijg je gevechten over wie de waarde van het pensioen moet financieren”, aldus Gommer.

Hij is dan ook bezorgd. Pensioenen lopen al averij op door de kredietcrisis. Dure ‘woekerpensioenen’ die mensen weinig opleveren na hun 65e ondermijnen het vertrouwen. En dat binnen enkele jaren Nederlanders gemiddeld maar 45% van hun oude loon zullen krijgen, zal grote onvrede tussen groepen betalenden wekken.

De vut- en prepensioengeneratie met goede voorzieningen verdwijnt. De nieuwe generatie zelfspaarders doet zijn intrede.

Gommer: “Daarom moeten ook jongeren in die denktank. Het wordt vanaf nu een andere wereld. Vanaf 2010 zul je de eerste zwaar teleurgestelde mensen krijgen. Pensioenen zijn bovendien van nature complex. Telkens nieuwe fiscale wijzigingen, civiel-juridische zaken en de beursontwikkeling lopen door elkaar. Pensioenen gelden altijd voor de lange termijn, terwijl de aandacht in Den Haag vaak op de waan van de dag is gericht. Dat gaat fout.”

Ook Herman Kappelle, hoogleraar fiscaal pensioenrecht aan de Vrije Universiteit en tevens werkzaam bij de pensioenadviestak van Aegon, wijst op een groot aantal inconsequenties. Fiscale voordelen voor particulieren om hun pensioenen te versterken zijn onmogelijk door andere wetgeving, stelt hij. Een tussentijdse verhoging van de eigen pensioenpot bij een kapitaalverzekering, betaald met toekomstige premies, botst bijvoorbeeld met de wet. Die eist een ‘evenredige’ opbouw per jaar. En wie van de rentestijging in de toekomst wil profiteren, ontdekt dat de wet bij ingang van zijn pensioen vindt dat dit helemaal niet kan.

“Fiscale regels en wetten moeten veel meer op elkaar worden afgestemd”, aldus de hoogleraar. “De Belastingdienst en ministeries strijden met elkaar. De klant is de dupe; in de praktijk gaat te veel mis.” Een expertisecentrum zou actuarissen als de cijferaars, fiscalisten en juristen met departementen van Financiën en Sociale Zaken permanent bij elkaar moeten brengen voor adviezen.

Pensioenen werden tijdens afgelopen kabinetten wisselend door het ministerie van Sociale Zaken en Financiën beheerd. Gommer: “Elk ministerie legt vanuit totaal andere belangen zijn accent op pensioenen. Dat is flipperkastbeleid.” Wetgeving moet fundamenteel worden aangepast. Een pensioendenktank bestaat vreemd genoeg nog niet. De staatscommissie-Witteveen gaf tot vorig jaar als fiscale specialist jaarlijks een oordeel over de pensioenen. Gommer: “Dat oordeel gaat vaak verder dan alleen fiscale aspecten. Maar het ministerie van Financiën zei dan al snel: als het geld kost doen we het niet. Sociale Zaken steekt ook eigen motieven in. Dat is inconsistent. Pensioenbeleid gaat wel om onze toekomst.”

Reageer