Artikel Beursbengel: Inbreng in de BV

In mijn voorgaande bijdrage aan dit blad hebt u kunnen lezen hoe u als ondernemer fiscaal gefaciliteerd kunt sparen voor uw oudedag. U kunt hiervoor sparen bij een bank of verzekeraar, maar ook via de oudedagsreserve op de eigen balans.

Indien wij ervan uit gaan dat de zaken goed verlopen komt u als ondernemer op een gegeven moment op het punt dat het beter is om uw onderneming niet meer als eenmanszaak te drijven, maar in te brengen in een besloten vennootschap (BV).

Voordelen van een BV
Bij de voordelen voor het drijven van een onderneming via een BV kunt u denken aan een fiscaal voordeel doordat de heffing van vennootschapsbelasting is gemaximeerd op 25,5% over winsten boven de € 200.000,–. Om de winst in privé te kunnen genieten dient de BV dividend uit te keren aan u als aandeelhouder. Over het dividend betaalt u, de DGA, nogmaals 25% aanmerkelijk belang heffing in de inkomstenbelasting. De totale belastingdruk over de winst bedraagt derhalve maximaal 44,125%.

Als de onderneming in de vorm van een eenmanszaak wordt gedreven, is de maximale belastingheffing over de winst, conform het progressieve tarief in de inkomstenbelasting, 52%. Hierbij dient te worden aangetekend dat bij het drijven van een onderneming in een eenmanszaak aanspraak kan worden gemaakt op de ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting, zoals de zelfstandigenaftrek, MKB-winstvrijstelling enzovoort. Uw adviseur kan voor u berekenen vanaf welk moment het voor u fiscaal voordeliger is om over te gaan tot het inbrengen van uw onderneming in een BV.

Naast het eventuele tariefsvoordeel brengt het drijven van de onderneming in een BV voordelen met zich mee in verband met de aansprakelijkheden van de ondernemer. Bij een eventueel faillissement kan een schuldeiser zich niet direct beroepen op het vermogen van de directeur. Hiervoor dient hij eerst aan te tonen dat er sprake is van ondeugdelijk bestuur van de vennootschap.

Staking van de onderneming
De inbreng van een onderneming in de BV is een bijzondere vorm van het staken van een onderneming. De ondernemer houdt op voor eigen rekening en risico de onderneming te drijven, maar zal de onderneming voortzetten in de BV. Feitelijk verkoopt de ondernemer zijn onderneming aan zijn BV.

Bij de verkoop van de onderneming zal vaak sprake zijn van het realiseren van een winst. Bijvoorbeeld doordat het pand voor de historische aankoopprijs op de balans staat terwijl de werkelijke waarde van het pand bij verkoop hoger is. Of doordat de overnemende partij een vergoeding geeft voor de opgebouwde goodwill. De goodwill staat niet op de balans van de onderneming, maar hiervoor wordt wel een vergoeding ontvangen. De winst die wordt behaald bij het verkopen van een onderneming wordt ook wel stakingswinst genoemd.

Over de eerste € 3.630,– hoeft de ondernemer geen belasting te betalen. Het meerdere zal in de belastingheffing worden betrokken.

Naast de beperkte stakingswinstvrijstelling kan de ondernemer ook (een deel van) de stakingswinst omzetten in een lijfrente. Tot een maximum bedrag van € 424.978,– kan hij de stakingswinst aanwenden voor het aanschaffen van een lijfrente.

Oudedagsreserve
Als gevolg van de verkoop van de onderneming zal ook het saldo van de oudedagsreserve vrijvallen in de (stakings-)winst. Om te voorkomen dat de oudedagsreserve vrijvalt in de winst en derhalve over de oudedagsreserve belasting moet worden betaald, kan de ondernemer de oudedagsreserve omzetten in een lijfrente.

Toegelaten aanbieders
De premies voor lijfrentes zijn uitsluitend aftrekbaar als zij verschuldigd zijn aan een toegelaten aanbieder. Ook de premies die voortkomen uit de afname van de oudedagsreserve of de stakingswinst dienen aan een toegelaten aanbieder verschuldigd te worden. Bij een toegelaten aanbieder van een lijfrente kan men denken aan een verzekeraar of een bank.

Naast een verzekeringsmaatschappij of een bank kan ook een in Nederland wonend persoon of een in Nederland gevestigd lichaam optreden als verzekeraar. Als voorwaarde wordt hieraan gesteld dat de lijfrente is bedongen als tegenprestatie voor de overdracht van een onderneming of een gedeelte van een onderneming aan die persoon of dat lichaam. De hoogte van deze lijfrente is beperkt tot de stakingswinst vermeerderd met de afname van de oudedagsreserve.

Het is van groot belang dat het bedingen van de lijfrente de tegenprestatie vormt voor de overdracht van een onderneming. Het is niet mogelijk om een lijfrente te bedingen als tegenprestatie van de inbreng van slechts vermogensbestanddelen, zoals geld.

Uit de jurisprudentie blijkt dat bijvoorbeeld indien van tevoren al is besloten tot verkoop van de onderneming, de inbreng niet meer kwalificeert als de inbreng van een gehele onderneming, danwel een zelfstandig deel van een onderneming. Nadat tot verkoop aan een derde is besloten en vervolgens over wordt gegaan tot inbreng in een BV is nog slechts sprake van de inbreng van een vermogensbestanddeel (zie onder andere HR 21-10-2005, nr. 41791, BNB 2005/383). Gevolg hiervan is dat de BV niet kwalificeert als toegelaten aanbieder. De verschuldigde premie voor lijfrente is niet aftrekbaar, waardoor de stakingswinst zal worden belast.

Voordeel van het bedingen bij de overnemer van de onderneming is dat het vermogen door de overnemer kan worden gebruikt in de onderneming als werkkapitaal. Dit levert voor de overnemer van de onderneming een financieringsvoordeel op.

Inbreng van de onderneming in de BV
Het bijzondere aan het inbrengen van een onderneming in een BV is dat de inbreng van de onderneming op 2 manieren kan worden vormgegeven. Bij het inbrengen van de onderneming in de BV kan worden gekozen voor een geruisloze inbrengen of voor een ruisende inbreng. De “ruis” verwijst naar het al dan niet afrekenen met de belastingdienst over de reserves die in de onderneming zijn opgebouwd.

Geruisloze inbreng
Aldus kan het inbrengen van de onderneming zonder af te rekenen met de belastingdienst. De zogenaamde geruisloze inbreng. Hiertoe wordt de onderneming tegen de boekwaarde ingebracht. De belastingheffing over de eventuele meerwaarde die in de onderneming aanwezig is wordt op deze manier doorgeschoven naar de BV.

Alleen de gevormde oudedagsreserve zal bij de geruisloze inbreng dienen vrij te vallen. Uiteraard kan de FOR worden omgezet in een lijfrente. Hierdoor zal ook over de vrijval van de FOR geen belasting worden geheven. Ook bij een geruisloze inbreng kan de overnemende BV kwalificeren als toegelaten aanbieder voor de lijfrente.

Ruisend of geruisloos
Indien de onderneming in liquiditietsproblemen verkeert, kan het noodzakelijk zijn om via een geruisloze inbreng de onderneming in de BV in te brengen. Dit is overigens niet altijd de meest voordelige manier om een onderneming in de BV in te brengen. Er zijn namelijk ook voordelen aan het afrekenen met de belastingdienst.

De ondernemer die een onderneming ruisend inbrengt realiseert stakingswinst. Derhalve maakt hij aanspraak op de stakingswinstvrijstelling. Daarnaast mag de ondernemer voor de stakingswinst en de vrijval van de oudedagsreserve tot een maximum van € 424.978,– een lijfrente bedingen. Hierdoor kan hij de belastingheffing over de stakingswinst uitstellen tot het moment dat de lijfrentetermijnen tot uitkering komen.

U kunt de (stakings-) lijfrente bedingen bij de overnemer, uw eigen BV. Hierdoor kan het geld in de onderneming blijven. Door het bedingen van een stakingslijfrente bij de eigen BV behoudt de DGA werkkapitaal voor de onderneming, zonder dat er belasting over dat deel van de stakingswinst wordt betaald. Ook indien sprake is van een geruisloze inbreng kan de FOR worden omgezet in een lijfrente bedongen bij de overnemende BV.

Bijkomend voordeel van de ruisende inbreng is dat de BV de onderneming op de balans zal opnemen tegen de waarde in het economische verkeer. Doordat de bedrijfsmiddelen voor een hogere waarde op de balans worden opgenomen dan voor de inbreng neemt het afschrijvingspotentieel toe. In de nabije toekomst kunnen meer afschrijvingskosten ten last van de winst worden gebracht. Doordat de afschrijvingskosten hoger zijn dan bij een geruisloze inbrengen zal de toekomstige belastbare winst lager uitvallen dat de belastbare winsten die bij een geruisloze inbreng zouden worden gerealiseerd. De te betalen belasting zal derhalve lager uitvallen in de jaren na de inbreng in de BV.

Gezien het voorgaande is het beter om de onderneming ruisend in de BV in te brengen. Echter als de ondernemer te lang heeft gewacht, kan het zijn dat de stakingswinst zo hoog uitvalt dat hij de belasting over de winst na stakingswinstvrijstelling en het omzetten van de stakingswinst en oudedagsreserve in een lijfrente alsnog niet kan betalen. Dan wordt de ondernemer “gedwongen” om de onderneming geruisloos in de BV in te brengen. Wij adviseren u derhalve niet te lang te wachten met de inbreng van uw onderneming in de BV. Uw adviseur kan u hierin bijstaan.

Streamer:
Door het bedingen van een stakingslijfrente bij de eigen BV behoudt de DGA werkkapitaal voor de onderneming.

Reageer