Artikel Accountant Adviseur: Afstempelen en de gevolgen voor eigen beheer

Van de 14 pensioenfondsen die wellicht nominale pensioenrechten moeten afstempelen, is het Notarieel Pensioenfonds (het SNPF) een opvallende. Naast (kandidaat)notarissen in loondienst, doen ook de notarissen als ‘ondernemer’ (IB of vanuit de BV) mee. Het SNPF is in dit kader dus een beroepspensioenfonds. Vaak zal een notaris die als DGA acteert naast het SNPF-pensioen aanvullend een pensioen in eigen beheer hebben. De vraag die nu rijst is wat de gevolgen zijn van een mogelijk afstempelen van (opgebouwde) pensioenrechten van het SNPF op het pensioen in eigen beheer en vervolgens de waardering van dat pensioen.

Normaliter zal de pensioentoezegging als volgt luiden: er is sprake van een eindloonregeling die in eigen beheer wordt gehouden, waarbij rekening wordt gehouden met elders – bij het SNPF – op te bouwen rechten.

Stel derhalve dat Notaris X op 50-jarige leeftijd een totaal tijdsevenredig opgebouwd pensioen van € 50.000,- heeft en dat daarvan € 20.000,- is ondergebracht bij het SNPF. Er blijft dan € 30.000,- over in eigen beheer, dat als pensioenverplichting op de balans wordt opgenomen en waarvoor pensioenlasten in mindering op de winst gebracht kunnen worden.

Als gevolg van het afstempelen wordt het SNPF pensioen verlaagd met 10%. De vraag is dan of er in eigen beheer een extra voorziening genomen mag worden? Er blijft bij het SNPF immers maar € 18.000,- over, zodat in eigen beheer niet € 30.000,- maar € 32.000,- moet worden opgebouwd en dus gepassiveerd.

Vanuit de theorie geredeneerd lijkt dat te kunnen. Immers, de eigen BV zegt een pensioen toe van € 50.000,-. Alles wat niet vanuit, in casu, het SNPF komt, dient vanuit de eigen BV te komen. Als het ‘extern’ verzekerde pensioen dus tegenvalt, dan compenseert de eigen BV dat feitelijk. Zo gaat het ook als een extern verzekerd kapitaal op de pensioendatum een uiteindelijk lager pensioen oplevert dan verwacht.

Formeel is er voorts ook geen sprake van afzien door de pensioengerechtigde, immers het ‘initiatief’ tot afstempelen komt van de uitvoerder, niet van de gerechtigde. Indien dat wel het geval zou zijn, dan mogen opgebouwde pensioenrechten waarvan is afgezien niet ‘opnieuw’ worden opgebouwd.

Wellicht dat de fiscus nog voor het anker gaat liggen dat afstempelen het gevolg is van ‘onderrendement’. Bij een premieovereenkomst (beschikbare premieregeling) mag er niet ‘gecompenseerd’ worden als er minder dan 6% rendement wordt gehaald. Het kenmerk van een premieovereenkomst is immers juist dat de pensioenuitkering bepaald wordt door de ingelegde premie en het daarmee behaalde rendement. Als er bij een tegenvallend rendement extra premie betaald zou kunnen worden, dan wordt het pensioen als het ware 2x ten laste van de winst gebracht. Formeel is er overigens bij het SNPF wel sprake van een premieovereenkomst (een zogenaamde collectieve DC-regeling).

Ervan uitgaande dat de extra last genomen mag worden als gevolg van het afstempelen, betekent een eventueel ‘opstempelen’ in de toekomst uiteraard dat de voorziening in eigen beheer dan weer moet afnemen. Als er tot slot pas na de pensioeningangsdatum worden afgestempeld, en er dus wel ‘ooit’ een volledig pensioen is uitgekeerd, acht ik compensatie vanuit eigen beheer minder kansrijk. Compensatie voor pensioeningangsdatum lijkt echter wel reëel.

Mr. Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen.

Reageer