Arbeidsongeschiktheid en premievrije voortzetting pensioenopbouw. Voor wiens rekening komt dit na beëindiging herverzekeringsovereenkomst?

Eiser is op 15 april 1998 in dienst getreden, waarbij aan hem een pensioentoezegging is gedaan. De inhoud van de pensioenregeling is vastgelegd in het Pensioenreglement van Pensioenfonds BDO. Tussen de werkgever en het pensioenfonds is een uitvoeringsovereenkomst gesloten. Het Pensioenfonds BDO heeft de pensioenregeling echter herverzekerd via een collectieve herverzekeringsovereenkomst met Zwitserleven.

Eind 2011 heeft de werkgever de uitvoeringsovereenkomst met Pensioenfonds BDO opgezegd en de pensioentoezegging met ingang van 1 januari 2012 bij Delta Lloyd verzekerd. Het Pensioenfonds BDO en Zwitserleven hebben de gevolgen van de opzegging van de uitvoeringsovereenkomst geregeld in een beëindigingsovereenkomst. Hierin is de volgende bepaling opgenomen: “Indien de eerste dag van ongeschiktheid tot werken van de deelnemer lag in de periode dat de Collectieve Herverzekeringsovereenkomst nog van kracht was, geldt voor het recht op premievrijstelling van de deelnemer, dat is ingegaan vóór dan wel het recht op premievrijstelling van de deelnemer dat ingaat binnen 104 weken ná beëindiging van de Collectieve Herverzekeringsovereenkomst, dat de dekking in stand wordt gehouden respectievelijk de premievrijstelling alsnog zal ingaan. Een deelnemer die ziek is op 31 december 2011 en als gevolg daarvan arbeidsongeschikt wordt, wordt met terugwerkende kracht in de regeling opgenomen die van kracht was op het moment dat deze deelnemer ziek werd. Zwitserleven ontvangt de melding van de werkgever en zal (gehele of gedeeltelijke) vrijstelling van premiebetaling verlenen vanaf de datum dat de deelnemer arbeidsongeschikt is.”

Verder is in de beëindigingsovereenkomst vastgelegd dat de bij het Pensioenfonds BDO opgebouwde pensioenaanspraken collectief worden overgedragen aan Zwitserleven, zodat de deelnemers een rechtstreekse aanspraak op Zwitserleven verkrijgen.

Geschil
Partijen verschillen van mening over de vraag voor wiens rekening de premievrije voortzetting bij invaliditeit (PVI) komt. Het Pensioenfonds BDO en de (ex-)deelnemer zijn van mening dat Zwitserleven verplicht is de PVI rechten toe te kennen vanaf 12 maart 2012, op basis van de fulltime pensioengrondslag uit 2008, onder aftrek van hetgeen Delta Lloyd premievrij toekent over de parttime pensioengrondslag (met ingang van 10 maart 2014).

Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat hierbij de bepalingen van de beëindigingsovereenkomst tot uitgangspunt moeten worden genomen, waaraan een uitleg naar objectieve maatstaven moet worden gegeven en komt tot de conclusie dat de eerste dag waarop de werknemer door ziekte niet in staat was de tussen hem en de werkgever overeengekomen arbeid te verrichten, 24 oktober 2008 was. Deze datum geldt dan ook als eerste dag van ongeschiktheid tot werken, in de zin van de beëindigingsovereenkomst.

De omstandigheid dat de werknemer op 1 januari 2012 niet arbeidsongeschikt was volgens het begrip arbeidsongeschiktheid in het Pensioenreglement, dan wel op die datum, vanwege het einde van de wachttijd voor de werkgever geen verplichting tot loondoorbetaling meer bestond, is voor de vaststelling van de datum van de eerste dag van ongeschiktheid tot werken als bedoeld in artikel 9 lid 1 beëindigingovereenkomst niet van belang. Dat er pas met ingang van 2012 aanspraak gemaakt wordt op een WIA-uitkering doet er volgens de kantonrechter ook niet toe.

Volgens de kantonrechter was de werknemer ten aanzien van de bedongen arbeid ziek op 31 december 2011 en heeft hij als gevolg daarvan aanspraak gekregen op een WIA-uitkering op 12 maart 2012. Hij was dus arbeidsongeschikt in de zin van de beëindigingsovereenkomst én kan hij aanspraak maken op PVI vanaf 12 maart 2012.

Deze uitleg van voornoemde bepalingen is volgens de kantonrechter voorts in overeenstemming met het verzekeringsrechtelijke uitgangspunt dat, nu het risico is ontstaan op het moment dat pensioenreglement en de herverzekingsovereenkomst nog van kracht waren, dit behoort te worden gedragen door de partij die op het moment van het ontstaan van dit risico op grond van de herverzekeringsovereenkomst de aangewezen partij was, in dit geval Zwitserleven.

Verder dient te worden beoordeeld welke pensioengrondslag tot uitgangspunt moet worden genomen. Deze dient volgens de kantonrechter te worden gebaseerd op het fulltime inkomen voorafgaande aan eerste ziektedag in 2008 én niet het parttime inkomen tijdens de in het kader van re-integratie verrichte werkzaamheden.

Conclusie
De premievrije voortzetting van pensioenopbouw komt voor rekening van Zwitserleven. Hier drukt het uitlooprisico derhalve op. zie Balieplus

Reageer