Antwoorden op kamervragen over pensioenmaximering en verlaging pensioenopbouw

 

Op 11 december 2014 heeft de staatssecretaris van Financiën de antwoorden op kamervragen van het lid Omtzigt over de pensioenmaximering op € 100.000 en de verlaging van de pensioenopbouw naar de Tweede Kamer gestuurd. 

De vragen en antwoorden zien voornamelijk op de nettopensioenregeling die 1 januari 2015 een feit wordt. Onder nummer 2 is antwoord gegeven op de vraag hoe artikel 3.127 Wet IB 2001 zich verhoudt met artikel 18ga Wet LB 1964. Het antwoord luidt:

“In de systematiek van de Wet LB 1964 wordt aangesloten bij de individuele dienstbetrekking. De begrenzing van het pensioengevend loon van artikel 18ga Wet LB 1964 sluit daarom aan bij de omvang van het dienstverband en de daaruit genoten beloning. Voor de berekening van de jaarruimte in de derde pijler wordt op grond van artikel 3.127 Wet IB 2001 aangesloten bij het daar genoemde inkomen van de belastingplichtige. In de Wet IB 2001 worden zodoende meerdere inkomensbestanddelen samengenomen (bijv. winst uit onderneming of meerdere dienstbetrekkingen), terwijl de aftoppingsgrens in de Wet LB 1964 enkel ziet op één dienstbetrekking.”

Reageer