Afzien van pensioen

Op 10 juli 2014 heeft Hof Amsterdam uitspraak gedaan in een casus waarbij geen juiste invulling is gegeven aan het pensioen van de DGA.

Aan de DGA is in 1989 een pensioentoezegging gedaan. De toezegging bestaat dat de BV op de pensioendatum een pensioen zal aankopen bij een verzekeraar of andere BV op basis van het in de vennootschap gereserveerde bedrag.

Uit de jaarrekening 2007 blijkt een pensioenverplichting van 668.505 en in de jaarrekening 2008 is de pensioenverplichting verdwenen. De DGA is op 12 juli 2008 65 jaar geworden en heeft na deze datum geen werkzaamheden meer verricht in loondienst.

Omdat er vanaf de pensioendatum aan de DGA geen pensioenuitkeringen zijn verricht door de BV of een verzekeraar gaat de inspecteur over tot het opleggen van een aanslag over de commerciele waarde van het pensioen inclusief revisierente. De DGA stelt enerzijds dat de pensioenverplichting niet is verdwenen, stelt verder dat het pensioen niet voor verwezenlijking vatbaar is en vindt verder nog dat de BV langer de tijd zou moeten hebben voor de aankoop van het pensioen.

Het Hof gaat mee in de stelling dat het verdwijnen van de pensioenverplichting van de balans op een fout berust. Van afzien is dus geen sprake. De DGA heeft niet aannemelijk kunnen maken dat het pensioen niet voor verwezenlijking vatbaar is en dus is het pensioen onzuiver geworden doordat de pensioenuitkeringen niet zijn ingegaan terwijl de DGA de pensioendatum heeft bereikt en niet meer werkzaam is.

Omdat de pensioenbrief uitgaat van een opgebouwd bedrag ipv een toegezegd pensioen gaat de sanctie van belastingheffing, en revisierente, over het genoemde bedrag van 668.505!

Deze casus laat goed zien wat de gevolgen zijn van het niet (tijdig) uitkeren van pensioen dat is opgebouwd binnen de eigen BV. Het laat ook goed zien welke pijn de DGA fiscaal kan leiden in dit soort gevallen!

Reageer