Zeevarende in dienst Zwitserse onderneming

In dat tijdvak bevond het schip waarop hij werkte zich achtereenvolgens boven het continentaal plat van een derde staat, in internationale wateren en boven het continentale plat van een aantal lidstaten (Nederland en het Verenigd Koninkrijk). Na het stellen van prejudiciële vragen door de Hoge Raad (10 april 2013, en beantwoording ervan door het HvJ (19 maart 2015, oordeelt de Hoge Raad dat X in beginsel is onderworpen aan de wetgeving van de vestigingsstaat van zijn werkgever (Zwitserland). Als die toepassing zou leiden tot aansluiting bij een stelsel van vrijwillige verzekering of ertoe zou leiden dat X bij geen enkel stelsel van sociale zekerheid is aangesloten, is hij onderworpen aan de wetgeving van zijn woonstaat (Nederland). De Hoge Raad vernietigt de hofuitspraak en verwijst de zaak. In de verwijzingsprocedure mogen partijen hun feitelijke stellingen aanpassen. (Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 augustus 2015)

 

 

 

Reageer